september 22, 2010

Als ik mijn mede-studentjes hoor praten kan ik niet anders dat concluderen dat ze toch wel regelmatig een traantje laten terwijl ze met mama en papa skypen. En toch minstens een keer of twee per dag naar de ouders bellen. En tussendoor ook nog eens een paar mailtjes sturen om te laten weten hoe slecht of hoe goed het met hen gaat. Compleet logisch volgens mij, ware het niet dat ik eigenlijk niet zoveel behoefte voel om elke dag honderduit te vertellen over mijn schooldagen, die er eigenlijk net hetzelfde uitzien als diegene aan de KULeuven, alleen met een kleiner klasje en in een andere taal. Het uitgaan is ook niet zo gek verschillend van het nachtleven in ons belgenlandje, alleen begint en eindigt het wat later, en ligt mijn uitgaansfrequentie dezer dagen ietwat hoger dan ik gewoon ben. Verder is de stad ontzettend mooi en zijn de restaurantjes goedkoop en gezellig, maar dat zullen ma en pa ook wel zien als ze langskomen, zekers? Ik vind het alvast moeilijk om zulke dingen in woorden te beschrijven, zonder dat het saai wordt voor de lezer. Voor de rest is er ook best veel om over te klagen, maar ik zaag niet graag en plein public en àls ik de behoefte voel om mijn beklag te doen gebeurt dat meestal tegen de persoon die op dat moment het dichtste bij mij staat, waarna ik meestal  een mea culpa opvoer en een welgemeende “oooohhh sorry dat ik zo zaag!” uitsla. En op mijn blog kan ik ook weleens een zaag spannen, u weze gewaarschuwd😉

Zodus… Je kunt me voorlopig nog steeds als een heimweeloos persoon bestempelen, al heb ik natuurlijk wél het geluk dat mijn vrienden mij al meteen een visietje kwamen brengen terwijl ik zélf nog maar een stuk of 5 straten kende in een stad die duizenden calles en paseos en avenidas telt, die gek veel op elkaar lijken.

Anderszijds zijn er van die kleine dingen die ik toch wel mis. Zoals mijn läkerol snoepjes. Oh my god wat was ik blij toen ik een sixpack läkerol kon bemachtigen in de IKEA, die er –echt waar- voor 99% hetzelfde uitzag als de onze. Dat ene procentje slaat uiteraard op de onvriendelijke kassiersters die hier blijkbaar écht wel  gescreend worden op hun vermogen om iemand af te snauwen. Wachten tot iemand zijn spullen ingepakt heeft vooraleer hem/haar de rekening te presenteren is hier geen sinecure, en uw wisselgeld belandt zowieso op de grond als u net te laat was om het op te vangen, want de doorgaans geblondeerde senorita is al met de volgende klant, of die erna, bezig.  ‘k Heb mijzelf ooit eens plechtig beloofd om nooit meer een winkel binnen te stappen waar ik onheus werd behandeld, maar die belofte moet ik verbreken, wil ik niet verhongeren.  Ofwel moet ik de raad van mijn kotbaas opvolgen, en ’s morgens vroeg opstaan om vervolgens een bakker en een slager en een krantenwinkel  te zoeken. Wat eigenlijk nog niet zo’n slecht idee is, aangezien  vers brood en een vriendelijk gezicht mijn ochtendhumeur in een mum van tijd doen verdwijnen.

Wat ik nog meer mis dan snoepjes en Belgische traagheid, is muziek. Want des te leuker de klerenwinkels, des te slechter het gejengel dat er de godganse dag gedraaid wordt. Blijkbaar hebben de fashionistas hier een zwak voor Katy Perry-klonen, en wil men de klant tevreden houden door steeds maar weer dezelfde hoofdpijn verwekkende zangeresjes op te trommelen die altijd zingen dat ze verliefd zijn en elk weekend feesten tot in de vroege uurtjes. Het gaat zover dat ik op dag 3 naar de FNAC ben gelopen om nieuwe oortjes voor mijn MP3-speler te kopen. Zo van die dingen die je in je oren plant alsof het oordopjes zijn, en er –godzijdank- voor zorgen dat ‘mijn’ muziek alle kwaadaardige decibels overtreft. Ik kan moeilijk geloven dat ze niét schadelijk zijn voor mijn oren, maar als ik moet kiezen tussen hoofdpijn en oorpijn, kies ik toch liever voor dat laatste. Ohja, en Shakira is hier de heldin der heldinnen. Ik was Waka waka al kots-en kotsbeu gehoord nadat één of andere kudde chiromeisjes het maar liefst zeven keer aanvroeg op een fuif, en nu is het hier wéér een hit , maar dan in het Spaans, olé. Al kan ik het die Spanjaarden moeilijk kwalijk nemen, want alles dat naar voetbal ruikt is hier heiliger dan de paus.

En uiteraard zijn er ook die kleine dingen die mij voor eventjes tot een volmaakt gelukkig mens omtoveren.  Zoals een totaal onverwachte bus die mij vlak voor de faculteit kwam ophalen, terwijl ik normaalgezien nog anderhalf uur in die fantastisch boeiende cafetaria van de universiteit moest wachten op de volgende. Of mijn punten  van de KULeuven, die ik eergisteren per e-mail kreeg toegestuurd.  73 procent! That’s an onderscheiding baby😀 En andersom een even aangename 37. En dan heb ik het over de graden Celcius die de thermometer aanwijst  in de volle zo, na twee droevige dagen van quasi-koude wind en gietende regen.

En om af te sluiten kan ik alvast vertellen dat niét alle jongens hier macho’s zijn. Enfin, ik ken er toch al eentje die het tegendeel bewijst😉

-El-

En hieronder nog wat foto’s van de Universidad

Zaragoza 1

september 12, 2010

Tijd om mijn blog eens nieuw leven in te blazen, moest ik zo’n beetje gedacht hebben rondom neuve de la noche. Alweer een reden om naar de dichtstbijzijnde bar te trekken, waar tot mijn grote jolijt ‘de voetbal’ opstaat. Normaalgezien vermijd ik oudeventencafés waarin men en grand masse samentroept om Anderlecht te zien verliezen tegen Brugge, of omgekeerd, maar hier in Zaragoza is het best wel fijn om efkes naar het televisiescherm te piepen terwijl ik achter mijn laptop zit. Zo gemakkelijk om voor Real Madrid te supporteren, want ze winnen meestal altijd.

Maar naast de voetbal heeft Spanje ook wel zijn (of haar?) kwaliteiten… Plastic zakjes in de supermarkt, geen vuilnis sorteren en oversteken als het verkeerslicht rood is… t’Zijn de kleine dingen die het leven toch net ietsje plezieriger maken, en dan heb je natuurlijk ook de torenhoge temperaturen, die tot 34° reiken tijdens de siësta, terwijl de zomer toch al een tijdje voorbij is.  Maar mij hoor je niet klagen, ik vind het eerder vervelend dat ik in de winkels consequent kippenvel krijg vanwege de airco.

De universiteit is dan weer een beetje absurd. En daarmee bedoel ik dat het spierwitte, driehoekige gebouw een beetje misstaat in de woestijn die Zaragoza omringt. Ik verdenk de architect van een science-fiction fetisj, want ik moest meteen aan ‘the Island’ denken toen ik de USJ binnenging. Decoratie blijkt uit den boze, de klassen zijn het toonbeeld van symmetrie en de stilte is ijzingwekkend. Tel daarbij dat de secretaresses kaarsrecht op hun stoel zitten en een beetje als robots bewegen, en het plaatje is compleet. Laten we gewoon maar stellen dat ik het niet zo heb begrepen op het strakke, moderne interieur. Muren moeten niet van glas zijn en trappen niet van metaal. En er mag weleens een kauwgom op de grond plakken, kwestie van ons eraan te herinneren dat we op aarde zijn en niet op Saturnus.

Verder ben ik ook tot het besef gekomen dat een privé-universiteit absoluut niet te vergelijken valt met een publieke unief à la KULeuven. Onder het mom van een gezonde geest in een gezond lichaam hebben de studenten hier een voetbalstadion, een danszaal en twee zwembaden ter beschikking. Het sportcomplex doet mij denken aan één of ander vakantie-oord voor the rich and famous, en dat is het eigenlijk ook. De keerzijde van USJ is immers het prijskaartje, aangezien de ‘normale’ studenten hier maar liefst 3000 euri moeten neertellen om een schamele 5 maanden te studeren. Op mijn eerste schooldag verwacht ik alvast een oververtegenwoordiging van Dolce&Gabbana en Prada en dergelijke. Alhoewel, de Spaanse chica’s hebben over het algemeen zero kledingsmaak, dus misschien dragen ze naar goede gewoonte een grote jeansbroek met een veel te laag kruis en een bloemetjestopje. En oorringen met een diameter van 15cm, en dan overdrijf ik niet.

Desalniettemin zullen wij als erasmus-studenten behoorlijk opvallen in de klasjes van 20 man.  Enerzijds omdat we geen netbook hebben, anderszijds omdat onze kennis van de Spaanse taal zich beperkt tot de weg vragen, eten & drinken bestellen en onszelf excuseren omdat we geen woord Spaans spreken. Al lijkt het toch gemakkelijker voor de Italianen en de Fransen om ietwat te verstaan van het Spaanse gebrabbel. Gelukkig klikt het goed met mijn lotgenootjes. We zijn ongeveer met twintig communicatiewetenschappers, waarvan zeker 6 Françaises en ook wat Belgen, Duitsers, Mexicanen, and so on… Frankrijk is heel goed vertegenwoordigd hier, en mijn kotgenote woont eveneens in mijn favoriete buurland. Voordeel is dat mijn Frans gevorderd is van slecht tot iets minder slecht.

Want terwijl mijn plan 2 inhoudt dat ik als viertalige zal terugkeren, is plan 1 gewoon… mij amuseren. En ik hoop dat ik beide kan combineren😉

Haha, ik verval in flauwe rijmpjes, wat betekent dat ik uitgeschreven ben. Maar er komt meer, voor degenen die geïnteresseerd zijn. Voorlopig is het hier nog steeds meer rozengeur dan maneschijn .

Kissss, El

Twilight

november 30, 2009

Toen ik dertien was zag ik op één of andere manier een schrijfster in mezelf. Je weet hoe dat gaat… een pluim hier, een complimentje daar en je voelt de goesting al opborrelen om aan een eerste roman te beginnen. In die tijd schreef ik inderdaad nog romans, die ik zonder schroom met Twilight the movie en consoorten durf te vergelijken, in de zin van : meisje met lang bruin haar en basketschoenen wordt verliefd op mysterieuze jongeman. De jongeman in kwestie ziet haar wel zitten en even later lopen ze hand in hand door een regen van goudgele bladeren. Als er niemand kijkt volgt er een eerste kus, én er komt een hoop magie aan te pas…

Het ligt nog ergens in de garage, denk ik, mijn zonnebloemenschriftje. Bedolven onder sprookjesboeken, en maar goed ook. Mocht je het ooit opgraven, dan zou je eerst door een aantal kinderversjes ploeteren die mijn jaren negentig weerspiegelen…
Maargoed, een aantal blanco pagina’s later (writer’s block) pende ik mijn verhaaltje neer, dat achteraf bekeken echt enorm veel gelijkenissen met de hype des hypes van 2009 vertoont.

Gemiste kans?
Nee hoor, want het verhaal in kwestie was bijlange nog niet af. Op papier werden Magali en Joren tot in de details beschreven: Ongeïntresseerde brunette met smalle neus & bleke jongeman die gezegend is met volle wenkbrauwen, en zelden een woord zegt in groep. In hoofdstuk twee werd Magali verliefd op Joren, maar ze durfde het niet tegen haar vriendinnen te vertellen, omdat hij eigenlijk toch maar ‘een rare’ was.

Hoofdstuk 3 is helaas (?) niet meer, omdat ik het op mijn diskette had opgeslagen en diezelfde diskette iets te dicht bij een magnetisch veld had laten rondslingeren, waardoor de inhoud onherroepelijk verloren ging, maar niet getreurd : nummer 4 bevatte de ‘clue’ van het verhaal. Magali en Joren zochten namenlijk toenadering tot elkaar, en het duurde niet lang of hun liefde werd bezegeld met een allereerste kus voor beiden (hoe romantisch).

Na Hoofdstuk 5 vond ik mijn verhaal eigenlijk gewoon waardeloos en stom. Zéro inhoud, wie wil er nu wééral cliché’s over onmogelijke liefde lezen? Zo afgezàààgd. Daarbij kwam nog dat Joren eigenlijk niet ‘een van ons’ bleek te zijn. Geen vampier of weerwolf, maar gewoon een ander creatuur dat ik zorgvuldig had omschreven in -wederom– mijn zonnebloemschriftje. Ik had zelfs een naam bedacht voor zijn ‘ras’ maar ik ben die inmiddels al vergeten.

‘T verhaal verdween prompt in de vuilnisbak, of toch figuurlijk, want ik wil eigenlijk zeggen dat ik er van toenafaan niet meer aan verder werkte.

Too bad, misschien was ik er wel rijk mee geworden…
Maareuuhh geld maakt niet gelukkig hé, om met een toepasselijk cliché te eindigen😉

-El-

november 28, 2009

Dromen kun je niet kopen…

En toch hangt er meestal een prijskaartje aan, wanneer ik ze tegenkom. Soms fluisteren ze mijn naam, terwijl ze uitdagend in  hun vitrine staan. Twee beauties dansen voor mijn ogen, voorzien van uitstekende belichting. Ik stop nogal bruusk met wandelen, terwijl ik mezelf gelukkig prijs dat ik niet achter het stuur zit. Geen toeters of laag-bij-de-grondse handgebaren dit keer, hoogstens een onoplettende wandelaar die me aankijkt alsof ik ontsnapt ben uit het gevang, en niet bepaald subtiel mijn enkels checkt. ‘Neen, ik heb geen enkelband’ zegt mijn blik, en stiekem hoop ik dat de onoplettende wandelaar over twee minuten over een bananenschil zal struikelen. Ik zie hem in gedachten tegen de grond smakken en dat is eigenlijk al goed genoeg om mijn humeur wat op te krikken.

Nog gelukkiger zou ik worden wanneer ik de pumps cadeau kreeg, die vanuit de etalage naar de lonken. Ze werden ogenschijnlijk ontworpen werden met mijn voeten in het achterhoofd, want hun bloedrode teint past perfect bij mijn huidskleur, en hun ronde neus geeft mijn tenen voldoende bewegingsruimte. En daarbij, het enkelbandje flatteert mijn enkels beter dan die lelijke grijze dingen die gevangenen toebedeeld krijgen…

Zwarte nagels – de mijne – tasten in een handtas op zoek naar mijn vijand de bril, om de prijs te kunnen lezen die in lettertype 8 op de hak gekleefd werd.
Zo’n 15 seconden later besef ik dat het onding ergens naast mijn laptop ligt, terwijl drie wazige zwarte cijfers onder de scherpe rode schoentjes bengelen.

Niet dat het uitmaakt, ik krijg ze toch cadeau!
In my dreams…

-El-

Oranje Kasseien

november 21, 2009

Ik denk dat je je soms moet vastklampen aan je dromen. Hopen dat het wel goed komt. Meer zelfs, ervan overtuigd zijn dat alles in je voordeel zal uitdraaien. Dat je op een doorsnee dag in najaar door een matig drukke winkelstraat zal slenteren met je hoofd in de wolken met je blik op oneindig gericht. Om naar de kasseien te staren. Terwijl de speakers tegen je trommelvliezen drummen alsof ze jou hoofd op z’n kop willen zetten. Je slentert doorheen de zilverzwarte straten en je negeert voorbijgangers en hun blikken, hakken, lachen. Omdat je naar huis wil.

studentenwelkom?

september 25, 2009

‘t Academiejaar is weer begonnen.

Dat merk ik niet zozeer aan mijn lessenrooster, des te meer aan de troepjes eerstejaarsstudenten, die synchroon verdwalen met de kaart van Leuven in hun achterzak. Meestal meisjes met cognac-kleurige laarsjes, die kilometers omwegen stappen om in’t beste geval de juiste aula te bereiken. En als dat niet lukt hebben ze toch één of ander groepsgevoel bevorderd. Samen de weg kwijt zijn schept een band.

Soms wordt die band verder ontwikkeld. Bij voorkeur gebeurt dat op café, of in één van Leuven’s budgetvriendelijke fakbars. Grapjassen noemen ze weleens fuckbars, en je wordt inderdaad serieus genaaid als je gedacht had dat je er een tafel, laat staan een stoel of twee ter beschikking zou krijgen. ‘t Is rechtstaan geblazen, ofwel samengeperst tussen andere aanwezigen, ofwel onder de blote hemel, op de voorgevel tussen de fietsen.

Ach niet getreurd. Wie manipuleerbaar genoeg is komt vroeg of laat wel in de 7oaks terecht, waar ze na tweeën uitsluitend nineties-”muziek” draaien, tot groot jolijt van iedereen die opgroeide in de jaren negentig, en da’s dus vijfennegentig procent van de studenten… De 7oaks is enig in zijn soort, voor zover mijn kennis van danskelder-slash-jeneverbars reikt. Veel vrijgezellenavonden zijn er beëindigd, veel one-night-stands zijn er begonnen en veel studenten hebben zich er tegoed gedaan aan een cocktail van fruitjenevers, in’t slechtste geval gemengd met bier.

Naarmate de avond vordert, ontpoppen de zatlappen zich. Je hebt ze in verschillende soorten. Sommigen gaan keurig naar hun kot toe, steken de sleutel in de deur van hun onderbuur en realiseren zich een half uur later dat ze een verdieping horen moeten zijn. Meestal snellen ze dan ook de trap op- vooraleer onderbuur wakker wordt- en kruipen ze met kleren aan in’t bedje.  Een tweede soort grijpt de vrienden bij de arm en zingt over Opblaaskrokodillen, terwijl ze door de Schapenstraat waggelen. Als ze voorbij mijn raam komen, ontketenen ze mijn pre-ochtendhumeur, en da’s niet niets. In die fase ben ik bereid om een emmer koud water over hun hoofd te gieten, onder het motto ‘direct nuchter’, maar eigenlijk heb ik dat nog nooit gedaan. Te lief voor deze wereld…

Anderen worden meteen misselijk van de buitenlucht. Dat zijn de ergste. Als het feestgedruis ten einde loopt, en hun lichaam de buitenlucht trotseert, onstaat er een onbehaaglijk gevoel in hun maag. ‘Misselijk’… maar dat duurt meestal niet zo lang, want op de gevel van het eerste, beste huis ledigen ze die maag, met alle gevolgen vandien. Niet zozeer voor hen, wél voor mij, wanneer ik ‘s morgens om 7uur (oké, eigenlijk 9uur) naar de bakker huppel (slenter).

Tussen haakjes, ik schiet niet op de eerstejaars, want...’t Laatste Nieuws kopte gisteren

‘ongedeerd na val van 13m’.

Op pagina 3 lees ik dat een avontuurlijk aangelegde 19-jarige student de brandladder van de fakbar ‘Letteren’ is opgeklommen om er daarna-logischerwijs- weer af te vallen. Om het verhaal compleet te maken werd zijn identiteit nauwkeurig uit te doeken gedaan. De jongen in kwestie, Frédéric en nog iets, studeert aan de KULeuven, en toeval of niet… hij zit in’t tweede jaar communicatiewetenschappen. Net als -El-


Espagnol

augustus 17, 2009

Als kind ging ik dolgraag op reis. Ik kon niet slapen als ik wist dat we de volgende middag naar de Ardennen of naar Sunparks zouden vertrekken. Dan stond ik om zes uur op om tv te kijken tot mijn ouders naar beneden kwamen geslenterd en op het gemak hun bagage nog eens nakeken en naar de bakker fietsten om sandwiches te halen -want die blijven lang goed-.

Terwijl ik met tegenzin een bad nam, en met de volle goesting één van mijn twintig roze outfits selecteerde, werd het ontbijt met liefde bereid. Zoete, witte broodjes met gebakken eieren en vers fruitsap, lekker, éécht lekker. Mijn ouders rookten hun laatste sigaretje en zochten pralines voor de buren bijeen, opdat ze onze kat en onze plantjes eten zouden geven.

Even later zaten de zus en ik op de achterbank, gescheiden door een frigobox en met de voeten op een opgerolde slaapzak, want “Kleine auto’s rijden gemakkelijk”. Ons amusement bestond uit 2 walkman’s en 2 cassettes, die aan beide beschreven waren met Spice Girls en Aqua-compilaties, maar toen we de volle vier rolletjes beluisterd hadden, begon de miserie. Dan gingen we ‘gele auto’ spelen, waarbij je elkaar een mep verkoopt wanneer er een gele auto voorbijrijdt. Dat duurde meestal tot één van ons getweeën te hard mepte en de ander begon te wenen en papa ons een tik gaf, zonder dat er een gele auto voorbijreed. De spelbreker. En eens de verveling toesloeg, was er rotsvast iemand die pipi moest doen of wagenziek werd, maar daar zijn de Belgische autosnelwegen gelukkig op voorzien. We stopten aan een wegrestaurant en spendeerden onze zakcentjes aan de Joepie en paprika chips. En we reden verder in’t schemerduister, richting Ardennen, op zoek naar een -maximum- twéésterrencamping. Zwembaden en tennisvelden meden we als de pest, en uiteindelijk vonden we altijd één of ander gezellig grasveld bij de Ourthe of de Lesse.

Terwijl mama en papa de tent opzetten gingen ik en Charlotte “de omgeving verkennen”, en onze conclusie klonk elk jaar ‘t zelfde. “Iedereen is hier van Holland”. En gelukkig maar. We waren immers blij dat de Nederlanders het heft in handen namen en contact zochten met die twee schuchtere Belgische zusjes. Onze campingvriend(innet)jes kwamen altijd uit het Noorden, en ze zongen vijftien jaar geleden al over opblaaskrokodillen. Mooie tijden, dat wel.. En toen fotografeerden we nog analoog, dus onze herinneringen liggen allemaal vast in bruinlederen foto-albums, die ik gisteren nog eens uit de kast gehaald heb. Vandaar de blog.

Inmiddels zijn er al tien jaren gepasseerd, en ik ervaar nog steeds die kinderlijke nervositeit wanneer ik ons Belgenlandje moet verlanden…Volgende week vertrek ik naar Spanje. En ik weet wel dat veel mensen denken van “Ochottekes, Spanje, iedereen is daar toch al vijfenvijftig keer geweest”, maar toch is’t iets nieuws voor mij. Alleen op reis is toch nét iets anders als met de familie van het lief, of met ‘t school, …

Fingers Crossed, opdat het zal meevallen. Ik ga morgen mijn Spaans-voor-beginners-reisgids eens bestuderen en mijn Spaanse uitspraak ietwat optimaliseren. Want nu spreek ik een beetje Enamorada boemboem-Spaans, als je begrijpt wat ik bedoel😉

-El-

 Wallpapers · Nature   Hawaiian Na Pali Kauai Sunset

 

 

 

 

 

 

 

oude mensen

augustus 9, 2009

Vraag me niet waarom, maar de laatste tijd observeer ik graag oudjes. En dat is des te plezanter als je in een winkel werkt, en de godganse dag achter een kassa staat. De Proxy Delhaize, waar ze mij -je weet het of je weet het niet- als jobstudente hebben aangeworven, opent om half 9, om 08h30, en dus niét om acht uur, zoals ze de laatste tijd vrolijk op radio twee verkondigen. Toch staan er steeds weer enkele oudjes te wachten voor een grauwgrijze rolluik, waarop keurig de openingsuren van de winkel staan afgebeeldt.

 

Om pal half 9 moet ik dus aan de zwarte knop draaien. De rolluik kruipt zachtjes omhoog, terwijl de allereerste klanten hun gewrichten pijnigen om er onderdoor te kruipen. Haast-en-spoed, op naar de confituur, de melk, het brood en de kassa. Mijn vriendelijke ‘Even geduld, meneer’ lokt een zenuwachtig gerammel met de één-euro-vijfenzeventig uit, die van hun ene hand naar de andere tingelingt en uiteindelijk op de zwarte band belandt, die -merkwaardig genoeg- stopt met draaien op 5 centimeter afstand van het pc-scherm.

 

Vol verbazing pakken ze het geld dan weer op, waardoor de band terug begint te bewegen. Er treedt een soort WOW-effect op, dat ik niet anders kan beschrijven. Ik glimlach, neem het geld aan en wens hun nog een prettige dag. Dat was type 1 oude-mens-in-de-winkel. Vroeg uit de veren, enthousiast, zenuwachtig en enorm gemotiveerd om gepast te betalen.

 

Type 2 oude mens komt meestal later op de dag winkelen. ‘t zijn vaak ietwat mollige vrouwen, met gouden ringen om hun tere vingers. Die fluwelen vingertoppen hebben ze ontwikkeld door jarenlang met een naaimachine te werken, zijden stofjes te strelen en honderden broeken en bloesjes te herstellen (dat weet ik omdat mijn allerliefste moeke tot dit type behoort). Heel vriendelijk en enorm goed in smalltalk, bij voorkeur over het weer. Ze kopen katte(n)voer voor alle beestjes uit de geburen, Napoleons voor de kleinkinderen en Madeleinekes voor hun man, die thuis naar de koers zit te kijken en in’t weekend met de duiven speelt. Hun altruïsme charmeert me, moet ik zeggen.

Als ik vertel hoeveel ze moeten betalen staren ze bevreemdend naar het schermpje. Dan zetten ze hun brilletje op om het exacte bedrag te kunnen zien, om uiteindelijk een briefje van vijftig in mijn handen te drukken, in vieren-geplooid.

Hun briefgeld steken ze namenlijk altijd in té kleine portemonneetjes, met zo’n kersenbollen-drukknop. En dan halen ze hun kleingeld te voorschijn, ‘om het voor u gemakkelijker te maken’, terwijl je het wisselgeld al een halve minuut in je handen hebt.

 

Toch geef ik hen met plezier een briefje van tien-of-twintig terug, en bewonder ik hun moeite om te Euro te hanteren, en de goeie oude Belgische Frank vaarwel te zeggen. Ik help hen inpakken, en geef hen extra zakjes disney-kaartjes “voor de kleinkinderen”. Ze winkelen graag bij mij, geloof ik, en zeg nu nog eens dat kassiersters geen voldoening aan hun job beleven…

 

En vandaag, tijdens mijn dagdagelijkse start-to-run-sessie, is me nog iets opgevallen omtrent mensen van de “derde leeftijd”. Ze staan erg vaak in het niets te staren, met een glimlach op hun gezicht. Ze knikken naar mij terwijl ik puffend verder jog en ze blijven gewoon staan in hunnen hof. Alsof ze alles al meegemaakt hebben, alsof ze volstrekt content zijn met het leven dat ze geleefd hebben én op’t gemakske uitkijken naar de mooie jaren die hen nog te wachten staan. Ze genieten van hun belle vie en koesteren foto’s van hun allereerste achterkleinkind in hun té kleine portemonneetjes.

 

En eigenlijk vind ik dat wel superschoon. Als bomma’ke schommelen in mijne zetel en content zijn met het leven dat ik geleefd heb, da’s mijn ultieme doel. Carrière maken, kindjes baren, met de dolfijnen zwemmen en bunji-jumpen… komen pas op de tweede plaats.

Zeg dat Eline het gezegd heeft (Jaja, ik lees de Goedele 8))

 

-El-

 

gentleman

augustus 7, 2009

Wat ik werkelijk on-weer-staan-baar vind, is een goeie ouwe, échte gentleman. Zo iemand die de deur voor je openhoudt en je weleens een drankje aanbiedt op café. Gewoon een gentille man, als je me toestaat om in’t verbasterd Frans te schrijven.

 

Voor de rest ben ik allesbehalve conservatief, integendeel. Laat maar komen die nieuwe man! Laat de vrouw des huizes haar dubbel-en-dik-verdiende carrière maar waarmaken. Niets zo leuk als een eigenbereide pizza speciale van manlief, inclusief je favoriete ingrediënten, wanneer je afgepeigerd thuiskomt van een lange, uitputtende werkdag. Kip, Artisjok en zeker-en-vast géén olijven, tenzij hij die als sierstukje gebruikt en naar binnenspeelt vooraleer ik de kans krijg om een “olijvig” stuk pizza vast te grabbelen.

 

En nu ik toch bezig ben, kan ik maar beter helemaal opgaan in mijn gentleman-idealen, die me vandaag tot in het hartje van de Ici Paris (met hoofdletter) leiden. Parfum vind ik namenlijk nét zo onweerstaanbaar als een gepersonaliseerde pizza Eline. Als hij uitdoktert welk geurtje het allerbeste bij mijn enige echte persoonlijkheid past, is het meteek raak. Een schot in de roos wanneer hij een Chanelleke boven een Cacharelleke verkiest, en wanneer hij Ralph L. verstandelijk links laat liggen .

 

Pure romantiek, vind ik dat. Pizza, parfum en persoonlijkheid. Op een wit-rood-geruite dekentje picknicken en je ogen sluiten en samen glimlachen om de kleine kat die je salami komt stelen, want je lust helemaal geen salami. Uiteindelijk krijgt het katteke ook de hesp en de kaas, terwijl wij leven van de liefde, op een bedje van tomaten en arstisjokbodems, onder een stralende zon, terwijl we de wolken proberen te ontcijferen.

 

Die lijkt op uw mama”

Ni waar, ‘t is net een speelgoedtrein”

Huh, ik zie totaal geen speelgoedtrein in de wolken”

Blinde mol, daar is de locomotief”

HUH? Nee…”

jawel” (en je wijst de locomotief aan”

Por (hoofdschuddend), “Da lijkt er helemaal niet op”

Por terug “Maar jawel, kijk eens tegoei”

Zie niets”

Omdat je naar mij kijkt en niet naar de wolken, soepkip!”

Vergeeft uw mij”

kuskus enzovoort

 

 

Het leven is een lachertje

Welles-Nietes-Welles-Nietes…

 

-El-

 

 

 

augustus 2, 2009

Eline gaat joggen, aflevering 1.

 run1

De tijden waarin in een conditie, en nog wel een goede conditie had, zijn allang vervlogen en dat het heb ik zo’n dik uur geleden mogen ondervinden.

We hebben hier nog ergens een vergeeld start-to-run formulier liggen, met allerhande richtlijnen ‘voor beginners’, maar daar heb ik niet naar gezocht. ‘Omdat ik geen beginner ben’ dacht ik, en ik spurtte de straat op, het bos in, het bos uit, het dorp in, het dorp uit, en dit alles nog een keertje in de omgekeerde richting. En snel!

 

Maar terwijl mijn mp3-speler vrolijke nineties-klassiekers bleef afspelen, begonnen mijn spieren in een soft-modus te functioneren. Mijn ademhaling verviel in een soort gehijg en mijn wangen kleurden rood als rijpe tomaten tijdens ‘t ochtendgloren (lees: zweetdruppels). Een niet-koppige persoon zou zijn looptoer al gauw in een rustig wandelen hebben omgezet, of misschien zou hij/zij zelfs een bankje opzoeken om te genieten van de prachtige natuur. Maar dan kon me gestolen worden. Ik moest en zou mijn ‘tour van Baal’ afwerken zonder te stappen. Alleen… was ik even vergeten dat het Beachvolley was in ons godverlaten dorpje, en dat ons dorpje tijdens zulke evenementen nogal stampensvol loopt. Nietsvermoedend stak mijn gekookte kreeftenkop de Baalsebaan over, om vervolgens van kop tot teen bekeken te worden door een horde zeventienjarigen-in-bloemetjesshort.

 

Normaalgezien zou ik hen vriendelijk toelachen, maar dat was nu even niet aan de orde. Om nog meer te zeggen.. de straatstenen leken me interessanter, en daarom keek ik ook naar ons prachtige fietspad, terwijl de net-niet-volwassenen mij gadesloegen.

Ik weet niet of ze mij nageroepen hebben, maar ze konden me wel goed aanstaren, alsof ik negenentachtig was, en toch nog sportschoenen droeg. Gelukkig overspeelde mijn mp3 alle ongewenste commentaar…

 

Ik sloeg rechts in, op weg naar thuis, op weg naar de douche, waar de palmolive met rozengeur me opwachtte. Daarna volgde pure verwennerij. Witte wijn en Peper-en-Zout-Chips à volonté… Om mijn spierpijn te verzachten…Om de kilo’s terug aan te dikken die ik verloren was tijdens het rennen. Pure commerce hé, die start to run, denk ik zo stil in mezelf. Snelletjes het schuldgevoel afkopen van duizenden vrouwen, die nu wél een dessertje mogen nemen, omdat ze dat luttele half uurtje gaan joggen zijn…

 

 

-El-

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.