december 7, 2009

Soms word ik overmand door twijfel…
Oké, ‘soms’ is een eufemisme, want eigenlijk word ik overal en altijd geplaagd door deze zogenaamde ‘emotie’, die ik evengoed als kwelling zou kunnen bestempelen.

Want waarom wou ik nu ook alweer journaliste worden?

Omdat het geen doodsaaie routineuze nine-to-five job is, natuurlijk.
Omdat ik graag verhalen vertel, en die vervolgens op mijn eigenwijze stijl neerpen op papier.
Omdat de mode-academie toch nét iets te hoog gegrepen leek voor iemand die nogal een hekel heeft aan naailessen en daarenboven een geweten heeft dat regelmatig boodschappen achterlaat à la “Er zijn toch belangrijkere dingen in het leven dan kleren” en “Mode, da’s voor rijke mensen, die niks beter te doen hebben dan winkelen”. Oké, die laatste kwam niet van mijn geweten, maar van mijn mama.

Anyway… Ik heb er eigenlijk nooit rekening mee gehouden dat mensen soms liever kant-en-klare headlines lezen en in jeans, t-shirt en allstars op pad gaan. Dat de doorsnee mens inderdaad nogal ‘doorsnee’ is, en helemaal geen broeken met één pijp wil aantrekken of geen artikels van 3 bladzijden wil lezen terwijl ik de essentie van het verhaal evengoed in tien oppervlakkige lijntjes zou kunnen gieten.

Read between the lines
zou ik zo zeggen

-El-

 

Soms hou ik van zondagen

net voordat ze maandagen worden

en ophouden met bestaan.

 

Niet abrupt, integendeel. Op de vrt wenst men ons een ‘gezellige zondagnacht’ of een ‘knusse avond’. Nooit een prettige zondag, want dat klinkt te veelbelovend.

Op de radio net hetzelfde. Beetje drum ‘n base, van die sferische melodieën die wel tien minuten aanhouden op een constante zachte beat. Concurrentie van een Poolse zangeres die zingt over demonen die haar ’s nachts komen kidnappen. En ze meent het!

Nadat ze haar song uitbracht kreeg ze visite van 8 psychiaters, die vochten om haar in hùn psychiatrie te krijgen.

 

‘t is toch op zijn minst merkwaardig te noemen.

De godganse dag wordt je overdonderd door ‘breaking news’ over Natalia’s vermageringskuur en Madonna’s moederallures. Die radiopresentatrices doen alsof ze het warm water uitvinden, terwijl alles al in’t lang en in’t breed in de Dag Allemaal werd uitgesmeerd.

 

En eigenlijk zit je gewoon op een achtergrondmuziekje te wachten.

Zo rond elven, twaalven wordt je geduld beloond. Dan hebben ze geen zin meer om sappige anekdotes tussen de lyrics te smijten. Dan heeft het babbelzieke personeel de studio verlaten, om plaats te maken voor de minder praatgrage mensen, die wijselijk de nachtddienst doen en mijn respect voor de radio in ere herstellen.

 

Maar om terzake te komen, ‘t is al twee minuten maandag en ik schrijf veel liever op zondagavond.

Tot volgende week! (ofzo)

ahh wacht ik heb nog een Garfield…

 

-El-

gewoonleuk

februari 1, 2009

 

In mijn diepste binnenste koester ik -soms- de wens om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Voor sommige mensen klinkt dit als pure logica, want ‘wat is er leuker dan aandacht?’, maar uit mijn mond zouden de meesten zowat het tegenovergestelde verwachten.

 

En da’s helemaal niet zo raar, als je weet dat ik amper mijn mond open doe in groot gezelschap en dat ik sinds het eerste leerjaar bekend sta als ‘het stilste meisje van de klas’. Ik heb eens gelezen dat er in elke klasgroep een patroon van posities bestaat, en ik moet zeggen dat die theorie vrij dicht bij de werkelijkheid aanleunt. Zo heb je twee tot drie populaire leerlingen, een stuk of vijf volgelingen, één klasgek die hopeloos grappig probeert te zijn, een rebel, een nerd en een stuk of drie ‘onzichtbaren’. Driemaal raden tot welke categorie ik behoor(de).

 

En toch wil ik -soms- die sluier van onzichtbaarheid in brand steken en laten zien wat ik in mijn mars heb. Wat ik doe niets liever dan zingen en dansen en acteren, en liefst op een podium met een benoemenswaardig publiek. Zelfs van karaoke kan ik genieten, en dan vooral van het applaus achteraf. Of het nu een hele zaal is, die me toejuicht, of slechts enkelen die uit beleefdheid klappen, dat maakt niet zoveel uit. Applaus is iets speciaals, en daar wil ik best wel drie-minuten-en-half voor zingen, in de meest brede betekenis van dat woord.

 

Soms denk ik dat het gewoon de kick is, die ik zo leuk vindt, de voldoening die voortvloeit uit het feit dat ik mijn verlegenheid aan het overwinnen ben. Anderszijds vind ik het gewoon leuk. Gewoon leuk. Gewoon leuk.

 

Nooit gedacht dat ik die twee woorden naast elkaar zou plaatsen. Normaalgezien vind ik gewone dingen helemaal niet leuk.

 

-El-

 

Titel volgt ;)

november 15, 2008

 

Your footsteps tell me

that it’s over, after all

You could have kissed me on the cheek

but you’ve let me down

I won’t burst into tears, no

I feel a little sad, though

‘Goodbye’ left unsaid

sounds loud in my head.

 

You’ve closed the door behind you

and I don’t know where you’re hanging out.

I guess you’re listening to sad music

with a cigarette in your mouth.

Feeling sorry for yourself,

and blaming girls like me.

You want to forget about me,

you think you’re better off without me…

 

Annonce’ke

september 14, 2008

 

 

Het begint allemaal op een mooie zomerdag, midden augustus. Redacteur Marijn haalt zijn goede oude gitaar nog eens boven en tokkelt erop los in het zonnetje. Hij sluit zijn ogen en beeld zich in dat hij op een podium staat en toegejuicht wordt door een horde fans. Dagdromen, noemen we zoiets, maar de meeste dromen zijn -helaas- bedrog. Toch begint het te kriebelen bij Marijn, en de muziekmicrobe heeft hem duidelijk te pakken. ‘Waarom probeer ik het niet gewoon?’, denkt hij, ‘Enkele muzikanten optrommelen en samen een groep starten’. Zo gedacht, zo gedaan. Even later nestelt hij zich voor zijn pc, om een e-mailbericht te tikken, dat ik als volgt kan samenvatten: ‘Wie van de echt-medewerkers heeft er zin om met met mij een bandje op te richten? Groetjes, Marijn‘.

 

Vrijwel meteen krijgt hij een enthousiaste reactie van Evelyn, die zowel de saxofoon als de stembanden met succes bespeelt. Daarna volgen er mailtjes van Morgan, een geschoolde zangeres en bassiste, én van Elise, die naast de zang ook de vioolpartijen voor haar rekening zal nemen. Marijn’s succes bij de meisjes valt niet te ontkennen, want ook Liesbeth zou graag in de Echt-band zingen. Net als ik trouwens, al wil ik voor de gelegenheid ook nog wel eens pianospelen.

 

Een dikke week later leer ik de potentiele bandleden kennen, in de kantine van het HVV. Na de gebruikelijke kennismakingsbabbel worden er suggesties op tafel gegooid, waaronder ‘Suds & Soda van dEUS’ en ‘Favourite Game van The Cardigans’. Qua muzieksmaak klikt het zeker tussen ons, en uiteindelijk vloeien er vijf geschikte nummers uit ons muzikale gamma. Vijf nummers die we -als huiswerk- zullen inoefenen, tegen de allereerste échte repetitie.

 

En die vind plaats in ons kersverse repetitielokaal. Met de radio-cassette-cdspeler op de achtergrond brengen we een eigen versie van de verkozen songs, en ik moet zeggen dat het lang niet slecht klinkt.

 

Jullie zijn vast nieuwsgierig geworden na het lezen van deze blijde aankondiging, en daar zijn we natuurlijk op voorbereid. In de volgende Echt-editie komt er immers een foto van onze enige echte huisband, en uiteraard nog meer nieuwtjes over ons doen en laten. Wij houden u op de hoogte!

-El-

(dit komt -normaalgezien- in de eerstvolgende ‘echt’)

ongetiteld

september 11, 2008

 Dit is het begin van iets dat misschien een liedje wordt

Dit is het begin van iets en misschien ook het einde…

 

You live in your own world

and you don’t hear me.

You have made me talk to the walls

a thousand times.

Somehow it seems like

you look right through me,

like you don’t want me there,

in front of your eyes..


You talk about me all the time,

but never to me.

You spice up those stories

with little white lies.

When I tell you

I don’t like the way you treat me,

my message goes one ear in

and one ear out.

alles mag en niks is foei

september 8, 2008

Not my Prince

augustus 31, 2008

 

 

Strange things happen, nowadays.

‘Cause everywhere I go, I see your face.

You are always on my mind,

and I can’t leave my thoughts of you behind

 

Although you’re not my kind of guy,

and I don’t really like your style,

I guess you just impress me

with your smile…

 

I don’t want to fall

in love with you,

but I do.

 

I don’t understand myself no more.

You’re not the one I was looking for.

You don’t look like a prince and of course,

you’re not riding a white horse.

 

But life is not a fairy-tale,

and in reality…

I’m become more and more

convinced that you belong to me…

 

I don’t want to fall

in love with you,

but I do.

 

I don’t want to fall

in love with you,

but I do.

-El-

 

 

music maestro

augustus 27, 2008

 

De muziekmicrobe heeft me weer gevonden, na vijf stille jaren op muzikaal gebied. Want gisteren besloot ik de pianotoetsen nog eens te beroeren, al moesten ze eerst een grondige poetsbeurt ondergaan. Even afstoffen, reinigen met een zakdoekje en mijn instrument zag er weer uit alsof het net uit de muziekwinkel kwam. Ik had zin om te musiceren, en speurde het huis rond, op zoek naar die goede oude partituren. De archeologe in mij snuffelde in elk hoekje, én haalde uiteindelijk enkele muffe muziekboeken tevoorschijn. ‘Mozart’, dacht ik, ‘wordt mijn eerste slachtoffer’, en even later galmde sonate facile doorheen onze living. Een Elinische versie, weliswaar, met ietsje meer rustpauzes en dissonante passages dan Wolfgang Amadeus indertijd neerpende.

 Gemakkelijke sonate, vertaalde ik, en daarbij ontwikkelde ik meteen bedenkingen, want om dit stuk vlotjes te spelen moet je over behoorlijk lenige vingers beschikken. En die had ik… zo rond mijn twaalfde. Helaas overleefde mijn soepelheid de tijdsgeest niet , en kan ik tegenwoordig amper een octaaf bereiken, met schaamrood op de wangen.

 Een beetje beteuterd doorbladerde ik de rest van het gamma, op zoek naar een stuk dat wél onder de noemer ‘gemakkelijk’ viel. Zo kwam ik Bach, Chopin en een resem tijdgenoten tegen, en bij het zien van hun virtuose composities nam ik een wijze beslissing. Ik zou de doden laten rusten, en voorkomen dat ze zich omdraaiden in hun graf. Ik zou de klassieke sonates en menuetten laten voor wat ze waren, en me toeleggen op moderne muziek.

 Wat meteen goed uitkwam, aangezien ik sinds kort deel uitmaak van een bandje, waarin ik met een beetje geluk zal zingen, en met nog meer geluk ook zal pianospelen. Als ik er iets van bak, tenminste, want terwijl sommigen mijn zangtalent prijzen, beweren anderen dat ze nog liever naar hun kat luisteren. Toch neem ik het zekere voor het onzekere, en raadpleeg ik mijn goede vriend google, in de hoop dat hij me wat meer inzicht in de wereld van akkoorden en toonladders kan verschaffen.

 Met een gezonde portie moed typte ik ‘piano akkoorden lessen’ in, waarop ik een waaier van on-line pianolessen te zien kreeg. Op goed geluk printte ik een tiental bladzijden af, die ik vrijwel meteen met een gele fluostift te lijf ging.

 Inmiddels weet ik weer wat een octaaf is, en wat het verschil tussen mineur- en majeurakkoorden nu net inhoudt. Ohja, en ik weet dat C gelijk is aan do, en G zoiets als sol. Je had waarschijnlijk al door dat ik in mijn jeugdjaren aan de notenleer ontsnapte, en meteen aan het toetsenwerk mocht beginnen. het voordeel is dat ik mezelf nooit naar saaie theorielessen hoefde te sleuren. Het nadeel is dat ik nog steeds de lijntjes op een notenbalk moet tellen, om de juiste noot te vinden, die ik er dan -lekker kinderachtig- met potlood bijschrijf.

 Behoorlijk wiskundig hoor, deze theoretische inleiding tot de moderne muziekwereld. Blijkbaar kunnen akkoorden consonant, of dissonant, of vals klinken. Een beetje multiple choice dus, of je moet goede oren hebben. In eerste instantie was ik tégen zo’n mathematische benadering van de muziek, omdat ik op mijn gevoel afging, en de regels gemakkelijkheidshalve links liet liggen. Maar aan de andere kant is muziek een universele taal die, net als alle andere talen, over een grammatica beschikt.

Binnenkort kan ik hopelijk zeggen dat ik naast Nederlands, Frans, Engels en een fractie Duits, ook nog een andere taal machtig ben. En om het op z’n sound-of-music’s te zeggen:

When you know the notes to sing
You can sing most anything…

-El-

 

 

pukkelpop verslag

augustus 17, 2008

 

Pukkelpop 2008 zit er weer op, en dat geeft natuurlijk aanleiding tot een verslagje van dit lichtjes- alternatieve muziekfestival in de Limburg.

 

Voor de gelegenheid werden de Kiewitse koeien eventjes naar een andere locatie overgebracht, al lieten ze hun lijfgeur op de weide achter, wat voor een constante koeienvlaaienwalm zorgde.

‘Ik weet niet wat ik het ergste vind: De stank zélf, of het feit dat ik er gewend aan raak’, zei mijn collega Marijn, en ik kon zijn standpunt best begrijpen!

 

Maar de boerderijgeur is dan ook de enige ergernis die ik omtrent dit festival kan bedenken, want al bij al blik ik met een positief gevoel terug op de laatste pukkelpop-dag.

 

Zo rond de middag arriveerden we (ik en Marijn) op de camping, waar we gelijk onze ‘Echt-stand’ opstelden, tussen de goede-doelenkraampjes van de dierenbescherming en de kinderen- en jongerentelefoon. Zonnebaden zat er wel in, aangezien de temperaturen tegen de 30 graden aanliepen en er geen wolkje aan de lucht te bespeuren was. Ons jobke bestond eruit om onze wedstrijd onder ‘t publiek te brengen, én de ECHT-krant te promoten. Maar eenmaal bruingebakken, en verlost van de win-formulieren, besloten we dat we genoeg gewerkt hadden.

 

Tijd om naar de weide te trekken. Even later stonden we van de sfeer, én van een frisse pint te genieten, met het programmaboekje in de hand. Want Chokri maakte het ons niet gemakkelijk om een keuze te maken uit zijn aanbod van 212 bands, die op -maar liefst- 8 verschillende podia speelden! Je zou voor minder gedesoriënteerd raken, of keuzestress oplopen. Maar van stress was er helemaal geen sprake, want de gemiddelde festivalganger liep er ontspannen bij.

 

Terwijl we -al slenterend- de weide verkenden, hoorde ik een bekend geluid. ‘Hey there Delilah..’ klonk het, uit de verte, al hoorde ik het publiek luider zingen dan ‘The Plain White T’s’

 

Uiteindelijk kozen we voor ‘Junkie XL’, die in onze vage herinnering ‘A little less conversation’ van Elvis in een nieuw kleedje stak, en daarna in de vergeteldheid belandde. En ik begrijp waarom, want deze dj kon me helemaal niet bekoren met zijn platte dance-mixjes en zijn al-even-boerse bompa-klak. Hij deed mij aan Regi van Milk Inc. denken, maar in tegenstelling tot deze laatstgenoemde, zie ik Junkie XL nog niet zo gauw in het sportpaleis optreden.

 

Lichtjes teleurgesteld trokken we naar de Marquee, om ‘The Dresden Dolls’ aan het werk te zien.

Da’s dus de groep die ik -normaalgezien- aan een heleboel gewaagde vragen zou onderwerpen, ware het niet dat ze al hun interviews doodleuk hadden gecanceld.

Toch moet ik toegeven dat ze het er behoorlijk goed vanafbrachten, met hun tweetjes op het podium. De horde trouwe fans gingen helemaal uit hun bol, en tijdens ‘Coin-operated-boy’ kon ik het niet laten om de vrolijke poppenkastmelodie mee te zingen.

 

En dat doe-maar-mee gevoel had ik ook tijdens de set van ‘2 many dj’s’, die de avond inluidden in de ‘boiler room’. De Dewaele-broertjes kregen het voltallige publiek mee met ‘hey girl..hey boy.. 2 many dj’s … here we go!‘ en de enkeling die stilstond, had ongelijk als je ‘t mij vraagt.

 

Toen sloeg de honger stilaan toe, en ondanks de talrijke eetgelegenheden op de weide, die de gewoonlijke brol aanboden (hoe vettiger, hoe prettiger), besloot ik toch maar mijn zelf-geprepareerde smos-met-garnaalsla binnen te spelen. En het smaakte!

 

Met een goed gevulde maag trotseerden we de massa, die zich vlak voor de main-stage concentreerde. Eenmaal vooraan telden we af naar Sigur Ros, in de hoop dat deze Ijslandse band onze verwachtingen zou waarmaken…

 

Dat bleek overigens geen probleem te zijn, want ze brachten het grote publiek in vervoering! De feërieke melodieën en ijzingwekkende zanglijnen zorgen voor een sprookjessfeer, en over het talent van de bandleden kon geen twijfel bestaan. Kortom, ik wàs fan en ik blijf fan :)

 

Inmiddels hield de zon het voor bekeken, en werden de lichtkransen in de bomen aangestoken. Deze zwoele avond schepte de ideale sfeer om een waterpijp te roken, of een muntthee te drinken in de ‘chill-out’-tentjes, die uitgerust waren met comfortabele zitzakken. Op die manier kon je ook wat energie besparen om je -even later- helemaal uit te leven op de beats van het Soulwax-duo, dat enkele uren daarvoor de boiler-room onveilig maakte.

 

En of het nu aan de buitenlucht lag, of aan de volle maan, of aan het opgewarmde publiek… Soulwax overtuigde nog meer dan hun alter-ego ‘2 many dj’s’. De identieke witte kostuums van beide bandleden ademden klasse uit, net als hun muziek, en de mannen hadden er duidelijk plezier in. En zolang zij tevreden zijn, zijn wij dat ook.

 

En wie dacht dat de presentatoren er vanafkwamen met een ‘Goodbye, thanks for coming, see you again next year’, sloeg de bal mis, want de organisatie had nog meer in petto.

2 trapeze-artiesten verzorgden de slot-act, begeleid door een iets-minder-originele vuurwerkshow, terwijl een miljoenenmassa zich naar de uitgang wurmde.

 

En daar botste ik op een minpuntje. We wilden namenlijk nog een cola bestellen om onze bonnetjes op te maken, maar wat bleek? De drankstandjes waren, op één na, gesloten, zodat alle dorstigen zich naar dat ene kraampje repten. En aangezien het de laatste dag van pukkelpop was, wilde iedereen natuurlijk zijn bonnetjes kwijt, wat voor ellenlange rijen en ellenboogstoten en bierdouches zorgde.

 

Dat mag wel eventjes anders, volgend jaar, maar al bij al kunnen de criticasters op hun honger blijven zitten, want échte tegenvallers waren ver te zoeken…

 

-El-

 Merci voor Rudy en Marijn, ‘t was een fijne dag :)