Twilight
november 30, 2009
Toen ik dertien was zag ik op één of andere manier een schrijfster in mezelf. Je weet hoe dat gaat… een pluim hier, een complimentje daar en je voelt de goesting al opborrelen om aan een eerste roman te beginnen. In die tijd schreef ik inderdaad nog romans, die ik zonder schroom met Twilight the movie en consoorten durf te vergelijken, in de zin van : meisje met lang bruin haar en basketschoenen wordt verliefd op mysterieuze jongeman. De jongeman in kwestie ziet haar wel zitten en even later lopen ze hand in hand door een regen van goudgele bladeren. Als er niemand kijkt volgt er een eerste kus, én er komt een hoop magie aan te pas…
Het ligt nog ergens in de garage, denk ik, mijn zonnebloemenschriftje. Bedolven onder sprookjesboeken, en maar goed ook. Mocht je het ooit opgraven, dan zou je eerst door een aantal kinderversjes ploeteren die mijn jaren negentig weerspiegelen…
Maargoed, een aantal blanco pagina’s later (writer’s block) pende ik mijn verhaaltje neer, dat achteraf bekeken echt enorm veel gelijkenissen met de hype des hypes van 2009 vertoont.
Gemiste kans?
Nee hoor, want het verhaal in kwestie was bijlange nog niet af. Op papier werden Magali en Joren tot in de details beschreven: Ongeïntresseerde brunette met smalle neus & bleke jongeman die gezegend is met volle wenkbrauwen, en zelden een woord zegt in groep. In hoofdstuk twee werd Magali verliefd op Joren, maar ze durfde het niet tegen haar vriendinnen te vertellen, omdat hij eigenlijk toch maar ‘een rare’ was.
Hoofdstuk 3 is helaas (?) niet meer, omdat ik het op mijn diskette had opgeslagen en diezelfde diskette iets te dicht bij een magnetisch veld had laten rondslingeren, waardoor de inhoud onherroepelijk verloren ging, maar niet getreurd : nummer 4 bevatte de ‘clue’ van het verhaal. Magali en Joren zochten namenlijk toenadering tot elkaar, en het duurde niet lang of hun liefde werd bezegeld met een allereerste kus voor beiden (hoe romantisch).
Na Hoofdstuk 5 vond ik mijn verhaal eigenlijk gewoon waardeloos en stom. Zéro inhoud, wie wil er nu wééral cliché’s over onmogelijke liefde lezen? Zo afgezàààgd. Daarbij kwam nog dat Joren eigenlijk niet ‘een van ons’ bleek te zijn. Geen vampier of weerwolf, maar gewoon een ander creatuur dat ik zorgvuldig had omschreven in -wederom– mijn zonnebloemschriftje. Ik had zelfs een naam bedacht voor zijn ‘ras’ maar ik ben die inmiddels al vergeten.
‘T verhaal verdween prompt in de vuilnisbak, of toch figuurlijk, want ik wil eigenlijk zeggen dat ik er van toenafaan niet meer aan verder werkte.
Too bad, misschien was ik er wel rijk mee geworden…
Maareuuhh geld maakt niet gelukkig hé, om met een toepasselijk cliché te eindigen
-El-
gentleman
augustus 7, 2009

Wat ik werkelijk on-weer-staan-baar vind, is een goeie ouwe, échte gentleman. Zo iemand die de deur voor je openhoudt en je weleens een drankje aanbiedt op café. Gewoon een gentille man, als je me toestaat om in’t verbasterd Frans te schrijven.
Voor de rest ben ik allesbehalve conservatief, integendeel. Laat maar komen die nieuwe man! Laat de vrouw des huizes haar dubbel-en-dik-verdiende carrière maar waarmaken. Niets zo leuk als een eigenbereide pizza speciale van manlief, inclusief je favoriete ingrediënten, wanneer je afgepeigerd thuiskomt van een lange, uitputtende werkdag. Kip, Artisjok en zeker-en-vast géén olijven, tenzij hij die als sierstukje gebruikt en naar binnenspeelt vooraleer ik de kans krijg om een “olijvig” stuk pizza vast te grabbelen.
En nu ik toch bezig ben, kan ik maar beter helemaal opgaan in mijn gentleman-idealen, die me vandaag tot in het hartje van de Ici Paris (met hoofdletter) leiden. Parfum vind ik namenlijk nét zo onweerstaanbaar als een gepersonaliseerde pizza Eline. Als hij uitdoktert welk geurtje het allerbeste bij mijn enige echte persoonlijkheid past, is het meteek raak. Een schot in de roos wanneer hij een Chanelleke boven een Cacharelleke verkiest, en wanneer hij Ralph L. verstandelijk links laat liggen .
Pure romantiek, vind ik dat. Pizza, parfum en persoonlijkheid. Op een wit-rood-geruite dekentje picknicken en je ogen sluiten en samen glimlachen om de kleine kat die je salami komt stelen, want je lust helemaal geen salami. Uiteindelijk krijgt het katteke ook de hesp en de kaas, terwijl wij leven van de liefde, op een bedje van tomaten en arstisjokbodems, onder een stralende zon, terwijl we de wolken proberen te ontcijferen.
“Die lijkt op uw mama”
“Ni waar, ‘t is net een speelgoedtrein”
“Huh, ik zie totaal geen speelgoedtrein in de wolken”
“Blinde mol, daar is de locomotief”
“HUH? Nee…”
“jawel” (en je wijst de locomotief aan”
Por (hoofdschuddend), “Da lijkt er helemaal niet op”
Por terug “Maar jawel, kijk eens tegoei”
“Zie niets”
“Omdat je naar mij kijkt en niet naar de wolken, soepkip!”
“Vergeeft uw mij”
kuskus enzovoort
Het leven is een lachertje
Welles-Nietes-Welles-Nietes…
-El-
Gekreukt
augustus 1, 2009
Gekreukt
in het donker
schetsen ruwe handen
onze ogenblikken
op papier
lach je
-misschien naar mij-
dan smelt je weg in zonnestralen
maak je iemand anders blij
-El-
zwanen
juli 17, 2009
Hij is twaalf en tweeëndertig
Een beetje speels en een beetje volwassen
Aan’t voetballen op zakenreis
En ik, ik goochel met cijfers, alsof het doodgewone, alledaagse dingen zijn. Rode, gele en blauwe parels op een telraam die je heen en weer kan schuiven. Nu ben je kind, dan weer bejaard.
Stiekem is het wel leuk, om iemand te ontmoeten die zowel het kind als de vrouw in je naar boven brengt. Iemand waarmee je eigenlijk gewoon uit een vliegtuig wil springen. Mét een parachute, weliswaar, die zich ontplooit terwijl we op één of andere Limburgse weide vol koeien neerdalen.
Anderzijds trakteert hij me op Cava en Calamares.
En ik? Ik weet het niet
-El-
Gensters
februari 5, 2009
Gensters drijven
op stille waters
en ik glimlach
mooier dan woorden
als ik je zie wachten
-El-
wegwerpvrienden
februari 4, 2009
Vroeger had ik een heleboel idealen over wat vriendschap dan wel mocht betekenen. Samen rondtrekken met de rugzak, giechelen, roddelen, maar ook met de hand op het hart zweren dat we elkaars geheimen nooit zouden voortvertellen. Ruzies duurden nooit langer dan twee dagen, en in die twee helse dagen schreef ik dan ook een half dagboek vol, met de bedoeling om mijn leed op papier achter te laten. Uiteindelijk waren we altijd te koppig om sorry te zeggen tegen elkaar, en loste het conflict op in het niets. Zomaar, alsof er nooit iets gebeurd was. Noem het ‘the easy way’, maar het hielp wel. Geen winnaars of verliezers.
We maakten de zotste toekomstplannen, ik en mijn vriendinnen. We zouden op een boerderij gaan wonen. Op een grote hoeve met paarden en koeien en varkens. Maar geen kippen, en al zeker geen hanen die ons tegen zessen wakker zouden kraaien. Bovendien zouden hun scherpe snavels een gevaar betekenen voor ons springkasteel in de tuin. Één welgemeende beet in het plastiekachtige stofje en ons kasteel zou met de grond gelijk gemaakt worden.
We geloofden in een toekomst die we zelf schreven. Op roos briefpapier met een chemische aardbeiengeur. Wat op zich niet zo vreemd is , aangezien alle op-elfjarige-meisjes-gerichte- spullen roos waren en naar aarbeien of kersen roken. In het ergste geval kwam er ook nog glitter aan te pas, wat ik in die tijd helemaal niet zo erg scheen te vinden. Maargoed, we schreven, of beter, tekenden onze toekomstplannen uit tot in de details.
Toch draaide het leven anders uit. Ik zit momenteel niet op een paard en ik ben al evenmin van een prachtige zonsondergang aan het genieten. Ik heb al helemaal geen lange, blonde krullen (integendeel!) en ik ben ook niet gesetteld, laat staan getrouwd. Anderszijds typ ik op de toetsen van mijn eigen laptop, terwijl we -vroeger- onze Windows95 als hypermodern beschouwden. Én ik heb een staaf door mijn lip, wat de kleine-ik alvast met rebelse praktijken zou associëren.
Eigenlijk dwaal ik af, want ik wou het over vrienden hebben. Of over al wat zich tussen vriend en vijand bevindt. Échte vrienden kun je meestal op één hand tellen, maar daarnaast heb je ook nog een resem kennissen, of vroegere vrienden, of wannabe-vrienden. Of wegwerpvrienden. Geen wegwerpkinderen (weesjes), maar wegwerpvrienden. Tegenwoordig komen-en-gaan mijn vrienden, die ik tengevolge daarvan bezwaarlijk nog vrienden kan noemen. Wegwerp-gedrag is echter niet aan mij besteed. Ik zeg nooit nee tegen een afspraakje met een oude kennis, en ik doe -meestal- wel moeite om contact te onderhouden met mensen die me nauw aan het hart liggen of lagen. Sommigen denken daar anders over. Die handelen doelgericht. Die willen iets van je en als ze het niet kunnen krijgen verdwijnen ze plotsklaps in de anonimiteit. You know what I mean?
-El-
Man, man
december 5, 2008

Jongens moeten niet klagen!
Want daar knap ik nu eens op af. Gezaag, gemopper, zelfmedelijden, of nog erger: geveinsde ziektes! Mannen kunnen het als geen ander, symptomen uitvergroten. Een doordeweekse verkoudheid wordt verbaal verdaaid tot een longontsteking, en de kater op zondagochtend stellen ze gelijk aan een migraine-aanval.
Zulke situaties drijven mij tot blogs als deze.
‘t is wetenschappelijk bewezen dat full-time werkende vrouwen nog steeds het grootste deel van het huishouden voor hun rekening nemen, terwijl manlief naar de voetbal ligt te kijken. Hij vindt deze rolverdeling doodnormaal, en vreemd genoeg …vindt zij dat ook. In vele gezinnen smeert de huisvrouw nog steeds bokes voor haar echtgenoot, en daar blijft het niet bij. Ze zorgt er ook voor dat hij op tijd uit z’n bed kruipt, en knoopt zijn das, omdat hij dat -na 20 jaar- nog steeds niet zelf kan.’Het sterke geslacht’ is van geslacht veranderd, volgens mij, en niet helemaal onterecht.
En toch … blijft het ’sterk- en stoere’ manbeeld voor verwachtingen zorgen. Ouderwetse verwachtingen, weliswaar. Want een ideale man trakteert, en opent de deur, en zegt altijd dat ‘het smaakte’ wanneer je voor hem hebt gekookt. Het blijft wel romantisch klinken, vind ik, zo’n prince charming. ‘t enige minpuntje is dat hij enkel in dromen en in sprookjes bestaat. En da’s dan tegelijkertijd ook het excuus voor mijn vrijgezellenleven.
Mannen kunnen geen twee dingen tegelijk, zeggen ze.
Bijgevolg zijn mijn potentiële toekomstigen ofwel knap, ofwel intelligent, ofwel grappig, ofwel voor de mannen. En laat mij nu net op zoek zijn naar een combinatie van die eerste drie voordelen…
Want mijn perfectionisme weerspiegelt zich op elk gebied, en dus ook op vlak van liefde.
Die zeldzame prinsen op het witte paard zijn immers bezet, of -nogmaals- voor de mannen, of gewoonweg zo ideaal dat ik ze niet durf te benaderen.
En over een dag of twee zet ik deze blog op private omdat ik me schaam, ofzo..
-El-
Over geuren en dingen die nu eenmaal gebeuren…
november 30, 2008

Jezelf uit het oog verliezen, of vergeten, of domweg ergens achterlaten. Het kan, bedacht ik zonet, terwijl ik mijn handen waste met vloeibare zeep uit een paarse fles waarop lavendelbloesemfotos plakten. Het chemische slijm op mijn handpalm rook echter niet naar lavendel, integendeel. Naar een herinnering rook het des te meer…
Het was zeker een jaar geleden dat mama nog eens paarse zeep uit de delhaize had meegebracht, want de voorbije maanden passeerden enkel gele kamille en groene linde de revue. Lavendel vond mama niet lekker ruiken, maar in de haast van het zaterdaagse winkelbezoek had ze waarschijnlijk het verkeerde zeepflesje had meegegrist. Zo komt het dat er, na lange tijd, weer een paars exemplaar op onze lavabo pronkt.
Maargoed.
De povere fabrieksgeur die men schaamteloos als ‘lavendel’ bestempelde, deed me aan iets denken. Peinzend liep ik de badkamer uit, en na luttele seconden liep er een onheilspellende rilling over mijn rug, die logischerwijs gevolgd werd door sombere gedachten. Want zoals ik in mijn eerste zin reeds beweerde, kun je jezelf verliezen. En dat deed ik ook, zo’n jaar geleden, toen mama voor de eerste en laatste keer (als we vandaag buiten beschouwing laten) lavendelzeep kocht.
Ik was verliefd, toen. En hij, hij was degene waarop ik verliefd was.
Niet meer dan dat, maar ook niet minder. Hij speelde geen voetbal, studeerde of werkte niet en zijn vettige haar vertelde me dat hygiëne niet tot zijn prioriteiten behoorde. Hij rookte.. ’s morgens…in bed en vertelde tussen twee trekken door dat ik te mager was, dat er wel ‘wat meer vet aan mocht zitten’. Hij nam me mee naar het degoutantste frituur uit de buurt en begroette de uitbaatster, een wandelende obesitas-preventie, alsof ze een suikertante was. Daarop gooide ze er een extra kippennugget bij, terwijl ze mij met argwaan aanstaarde. Want dikke mensen hebben per definitie iets tegen de minderbedeelden, wat lichaamsvet betreft. Dun zijn én een frituur betreden én op de koop toe niets bestellen, dat verdiende op z’n minst een afkeurende blik. En die kreeg ik.
Een week later zij hij dat het niet zou lukken tussen ons, en ik gaf hem gelijk. Hij zei dat het niet aan mij lag, en dat hij gewoon ‘niet gemaakt was’ om een relatie in stand te houden, wat ik -wederom- kon beamen. Er scheelde iets met hem, problemen in zijn jeugd, denk ik, maar hij wilde er niet over praten. Hij ‘kon het niet’, zei hij, waarop ik begrijpend knikte.
Ik wilde hem helpen. Ik probeerde vrolijk te zijn, om zijn manisch depressieve buien te compenseren en ik moedigde hem aan met herkauwde onzin als ”t komt wel goed, als je je best doet vind je wel een job. Moet ik meegaan naar je sollicitatie?’ Ik wilde het lichtpuntje zijn in zijn duistere leven waar ik helemaal geen zaken mee had.
Ik faalde
Een hart van goud, had hij
maar niet voor mij
-El-
Titel volgt ;)
november 15, 2008
Your footsteps tell me
that it’s over, after all
You could have kissed me on the cheek
but you’ve let me down
I won’t burst into tears, no
I feel a little sad, though
‘Goodbye’ left unsaid
sounds loud in my head.
You’ve closed the door behind you
and I don’t know where you’re hanging out.
I guess you’re listening to sad music
with a cigarette in your mouth.
Feeling sorry for yourself,
and blaming girls like me.
You want to forget about me,
you think you’re better off without me…
