Espagnol
augustus 17, 2009
Als kind ging ik dolgraag op reis. Ik kon niet slapen als ik wist dat we de volgende middag naar de Ardennen of naar Sunparks zouden vertrekken. Dan stond ik om zes uur op om tv te kijken tot mijn ouders naar beneden kwamen geslenterd en op het gemak hun bagage nog eens nakeken en naar de bakker fietsten om sandwiches te halen -want die blijven lang goed-.
Terwijl ik met tegenzin een bad nam, en met de volle goesting één van mijn twintig roze outfits selecteerde, werd het ontbijt met liefde bereid. Zoete, witte broodjes met gebakken eieren en vers fruitsap, lekker, éécht lekker. Mijn ouders rookten hun laatste sigaretje en zochten pralines voor de buren bijeen, opdat ze onze kat en onze plantjes eten zouden geven.
Even later zaten de zus en ik op de achterbank, gescheiden door een frigobox en met de voeten op een opgerolde slaapzak, want “Kleine auto’s rijden gemakkelijk”. Ons amusement bestond uit 2 walkman’s en 2 cassettes, die aan beide beschreven waren met Spice Girls en Aqua-compilaties, maar toen we de volle vier rolletjes beluisterd hadden, begon de miserie. Dan gingen we ‘gele auto’ spelen, waarbij je elkaar een mep verkoopt wanneer er een gele auto voorbijrijdt. Dat duurde meestal tot één van ons getweeën te hard mepte en de ander begon te wenen en papa ons een tik gaf, zonder dat er een gele auto voorbijreed. De spelbreker. En eens de verveling toesloeg, was er rotsvast iemand die pipi moest doen of wagenziek werd, maar daar zijn de Belgische autosnelwegen gelukkig op voorzien. We stopten aan een wegrestaurant en spendeerden onze zakcentjes aan de Joepie en paprika chips. En we reden verder in’t schemerduister, richting Ardennen, op zoek naar een -maximum- twéésterrencamping. Zwembaden en tennisvelden meden we als de pest, en uiteindelijk vonden we altijd één of ander gezellig grasveld bij de Ourthe of de Lesse.
Terwijl mama en papa de tent opzetten gingen ik en Charlotte “de omgeving verkennen”, en onze conclusie klonk elk jaar ‘t zelfde. “Iedereen is hier van Holland”. En gelukkig maar. We waren immers blij dat de Nederlanders het heft in handen namen en contact zochten met die twee schuchtere Belgische zusjes. Onze campingvriend(innet)jes kwamen altijd uit het Noorden, en ze zongen vijftien jaar geleden al over opblaaskrokodillen. Mooie tijden, dat wel.. En toen fotografeerden we nog analoog, dus onze herinneringen liggen allemaal vast in bruinlederen foto-albums, die ik gisteren nog eens uit de kast gehaald heb. Vandaar de blog.
Inmiddels zijn er al tien jaren gepasseerd, en ik ervaar nog steeds die kinderlijke nervositeit wanneer ik ons Belgenlandje moet verlanden…Volgende week vertrek ik naar Spanje. En ik weet wel dat veel mensen denken van “Ochottekes, Spanje, iedereen is daar toch al vijfenvijftig keer geweest”, maar toch is’t iets nieuws voor mij. Alleen op reis is toch nét iets anders als met de familie van het lief, of met ‘t school, …
Fingers Crossed, opdat het zal meevallen. Ik ga morgen mijn Spaans-voor-beginners-reisgids eens bestuderen en mijn Spaanse uitspraak ietwat optimaliseren. Want nu spreek ik een beetje Enamorada boemboem-Spaans, als je begrijpt wat ik bedoel
-El-

Wij gingen dan wel nooit naar de Ardennen, maar het spelletje met de ‘gele auto’ roept ook hier levendige herinneringen op. Discussie gegarandeerd of gele vrachtwagens meetellen of niet en een resem blauwe plekken.
Geniet van de Spaanse zon. Het zal allemaal wel loslopen
Sprakeloos… Bijzonder goed en leuk geschreven. Ga zo door!