oude mensen

augustus 9, 2009

Vraag me niet waarom, maar de laatste tijd observeer ik graag oudjes. En dat is des te plezanter als je in een winkel werkt, en de godganse dag achter een kassa staat. De Proxy Delhaize, waar ze mij -je weet het of je weet het niet- als jobstudente hebben aangeworven, opent om half 9, om 08h30, en dus niét om acht uur, zoals ze de laatste tijd vrolijk op radio twee verkondigen. Toch staan er steeds weer enkele oudjes te wachten voor een grauwgrijze rolluik, waarop keurig de openingsuren van de winkel staan afgebeeldt.

 

Om pal half 9 moet ik dus aan de zwarte knop draaien. De rolluik kruipt zachtjes omhoog, terwijl de allereerste klanten hun gewrichten pijnigen om er onderdoor te kruipen. Haast-en-spoed, op naar de confituur, de melk, het brood en de kassa. Mijn vriendelijke ‘Even geduld, meneer’ lokt een zenuwachtig gerammel met de één-euro-vijfenzeventig uit, die van hun ene hand naar de andere tingelingt en uiteindelijk op de zwarte band belandt, die -merkwaardig genoeg- stopt met draaien op 5 centimeter afstand van het pc-scherm.

 

Vol verbazing pakken ze het geld dan weer op, waardoor de band terug begint te bewegen. Er treedt een soort WOW-effect op, dat ik niet anders kan beschrijven. Ik glimlach, neem het geld aan en wens hun nog een prettige dag. Dat was type 1 oude-mens-in-de-winkel. Vroeg uit de veren, enthousiast, zenuwachtig en enorm gemotiveerd om gepast te betalen.

 

Type 2 oude mens komt meestal later op de dag winkelen. ‘t zijn vaak ietwat mollige vrouwen, met gouden ringen om hun tere vingers. Die fluwelen vingertoppen hebben ze ontwikkeld door jarenlang met een naaimachine te werken, zijden stofjes te strelen en honderden broeken en bloesjes te herstellen (dat weet ik omdat mijn allerliefste moeke tot dit type behoort). Heel vriendelijk en enorm goed in smalltalk, bij voorkeur over het weer. Ze kopen katte(n)voer voor alle beestjes uit de geburen, Napoleons voor de kleinkinderen en Madeleinekes voor hun man, die thuis naar de koers zit te kijken en in’t weekend met de duiven speelt. Hun altruïsme charmeert me, moet ik zeggen.

Als ik vertel hoeveel ze moeten betalen staren ze bevreemdend naar het schermpje. Dan zetten ze hun brilletje op om het exacte bedrag te kunnen zien, om uiteindelijk een briefje van vijftig in mijn handen te drukken, in vieren-geplooid.

Hun briefgeld steken ze namenlijk altijd in té kleine portemonneetjes, met zo’n kersenbollen-drukknop. En dan halen ze hun kleingeld te voorschijn, ‘om het voor u gemakkelijker te maken’, terwijl je het wisselgeld al een halve minuut in je handen hebt.

 

Toch geef ik hen met plezier een briefje van tien-of-twintig terug, en bewonder ik hun moeite om te Euro te hanteren, en de goeie oude Belgische Frank vaarwel te zeggen. Ik help hen inpakken, en geef hen extra zakjes disney-kaartjes “voor de kleinkinderen”. Ze winkelen graag bij mij, geloof ik, en zeg nu nog eens dat kassiersters geen voldoening aan hun job beleven…

 

En vandaag, tijdens mijn dagdagelijkse start-to-run-sessie, is me nog iets opgevallen omtrent mensen van de “derde leeftijd”. Ze staan erg vaak in het niets te staren, met een glimlach op hun gezicht. Ze knikken naar mij terwijl ik puffend verder jog en ze blijven gewoon staan in hunnen hof. Alsof ze alles al meegemaakt hebben, alsof ze volstrekt content zijn met het leven dat ze geleefd hebben én op’t gemakske uitkijken naar de mooie jaren die hen nog te wachten staan. Ze genieten van hun belle vie en koesteren foto’s van hun allereerste achterkleinkind in hun té kleine portemonneetjes.

 

En eigenlijk vind ik dat wel superschoon. Als bomma’ke schommelen in mijne zetel en content zijn met het leven dat ik geleefd heb, da’s mijn ultieme doel. Carrière maken, kindjes baren, met de dolfijnen zwemmen en bunji-jumpen… komen pas op de tweede plaats.

Zeg dat Eline het gezegd heeft (Jaja, ik lees de Goedele 8))

 

-El-

 

Reageer