Not my Prince
augustus 31, 2008
Strange things happen, nowadays.
‘Cause everywhere I go, I see your face.
You are always on my mind,
and I can’t leave my thoughts of you behind
Although you’re not my kind of guy,
and I don’t really like your style,
I guess you just impress me
with your smile…
I don’t want to fall
in love with you,
but I do.
I don’t understand myself no more.
You’re not the one I was looking for.
You don’t look like a prince and of course,
you’re not riding a white horse.
But life is not a fairy-tale,
and in reality…
I’m become more and more
convinced that you belong to me…
I don’t want to fall
in love with you,
but I do.
I don’t want to fall
in love with you,
but I do.
-El-
Omdat beelden soms meer zeggen dan woorden…
augustus 28, 2008

mevrouw met baby
Eindelijk af!
al heeft mijn Liddl-scanner het effect zo’n beetje verkracht
En ben ik veel te moe om nog iets zinnigs uit mijn vingers te schudden…
-El-
music maestro
augustus 27, 2008

De muziekmicrobe heeft me weer gevonden, na vijf stille jaren op muzikaal gebied. Want gisteren besloot ik de pianotoetsen nog eens te beroeren, al moesten ze eerst een grondige poetsbeurt ondergaan. Even afstoffen, reinigen met een zakdoekje en mijn instrument zag er weer uit alsof het net uit de muziekwinkel kwam. Ik had zin om te musiceren, en speurde het huis rond, op zoek naar die goede oude partituren. De archeologe in mij snuffelde in elk hoekje, én haalde uiteindelijk enkele muffe muziekboeken tevoorschijn. ‘Mozart’, dacht ik, ‘wordt mijn eerste slachtoffer’, en even later galmde sonate facile doorheen onze living. Een Elinische versie, weliswaar, met ietsje meer rustpauzes en dissonante passages dan Wolfgang Amadeus indertijd neerpende.
Gemakkelijke sonate, vertaalde ik, en daarbij ontwikkelde ik meteen bedenkingen, want om dit stuk vlotjes te spelen moet je over behoorlijk lenige vingers beschikken. En die had ik… zo rond mijn twaalfde. Helaas overleefde mijn soepelheid de tijdsgeest niet , en kan ik tegenwoordig amper een octaaf bereiken, met schaamrood op de wangen.
Een beetje beteuterd doorbladerde ik de rest van het gamma, op zoek naar een stuk dat wél onder de noemer ‘gemakkelijk’ viel. Zo kwam ik Bach, Chopin en een resem tijdgenoten tegen, en bij het zien van hun virtuose composities nam ik een wijze beslissing. Ik zou de doden laten rusten, en voorkomen dat ze zich omdraaiden in hun graf. Ik zou de klassieke sonates en menuetten laten voor wat ze waren, en me toeleggen op moderne muziek.
Wat meteen goed uitkwam, aangezien ik sinds kort deel uitmaak van een bandje, waarin ik met een beetje geluk zal zingen, en met nog meer geluk ook zal pianospelen. Als ik er iets van bak, tenminste, want terwijl sommigen mijn zangtalent prijzen, beweren anderen dat ze nog liever naar hun kat luisteren. Toch neem ik het zekere voor het onzekere, en raadpleeg ik mijn goede vriend google, in de hoop dat hij me wat meer inzicht in de wereld van akkoorden en toonladders kan verschaffen.
Met een gezonde portie moed typte ik ‘piano akkoorden lessen’ in, waarop ik een waaier van on-line pianolessen te zien kreeg. Op goed geluk printte ik een tiental bladzijden af, die ik vrijwel meteen met een gele fluostift te lijf ging.
Inmiddels weet ik weer wat een octaaf is, en wat het verschil tussen mineur- en majeurakkoorden nu net inhoudt. Ohja, en ik weet dat C gelijk is aan do, en G zoiets als sol. Je had waarschijnlijk al door dat ik in mijn jeugdjaren aan de notenleer ontsnapte, en meteen aan het toetsenwerk mocht beginnen. het voordeel is dat ik mezelf nooit naar saaie theorielessen hoefde te sleuren. Het nadeel is dat ik nog steeds de lijntjes op een notenbalk moet tellen, om de juiste noot te vinden, die ik er dan -lekker kinderachtig- met potlood bijschrijf.
Behoorlijk wiskundig hoor, deze theoretische inleiding tot de moderne muziekwereld. Blijkbaar kunnen akkoorden consonant, of dissonant, of vals klinken. Een beetje multiple choice dus, of je moet goede oren hebben. In eerste instantie was ik tégen zo’n mathematische benadering van de muziek, omdat ik op mijn gevoel afging, en de regels gemakkelijkheidshalve links liet liggen. Maar aan de andere kant is muziek een universele taal die, net als alle andere talen, over een grammatica beschikt.
Binnenkort kan ik hopelijk zeggen dat ik naast Nederlands, Frans, Engels en een fractie Duits, ook nog een andere taal machtig ben. En om het op z’n sound-of-music’s te zeggen:
When you know the notes to sing
You can sing most anything…
-El-
Ogenblik
augustus 23, 2008

‘k Heb twee ogen. Eentje blauw-groen, de ander blauw-groen met een miniscuul bruin vlekje, dat je enkel kunt zien wanneer ik verbaasd kijk, en bijgevolg grote ogen opzet. Of wanneer ik mijn wenkbrauwen optrek, en mijn oogleden automatisch mee omhoog worden gehesen. Meestal zie je het vlekje dus niet, en lijkt het alsof ik over twee doodnormale, identieke kijkers beschik.
Maar niets is minder waar, want zoals mijn ogen zijn er geen ander. Ze aanschouwen de wereld, vernauwen wanneer ze door de zon bestraald worden en ze spuien tranen bij momenten van smart. Voor zover is er niets uitzonderlijks op te merken, maar mijn verhaal gaat uiteraard nog wél even verder.
Want mijn ogen kijken niet zomaar naar wat er zich rondom hen afspeelt. Ze gaan op zoek naar de kleine details, naar de accesoires van de werkelijkheid, die mijn verbeelding stimuleren.
Zo keek ik naar de vier-maal-honderd op sporza gisteren. Kim, Elodie en de andere antilopes spurtten erop los, terwijl ik afgeleid werd door de tientallen benen, die steeds sneller voortbewogen, als de wielen onder een treinwagon. Gefascineerd door het rollen van hun onderstel, hield ik me helemaal niet meer bezig met de vraag wie er als eerste zou eindigen. Een tiental seconden na de finish viel mijn frang pas. ‘Oh, hebben ze zilver behaald?.. Super!’
Mijn ogen leidden hun eigen leventje, los van mijn wil en ze zijn op z’n minst eigenzinnig te noemen. Als ik een boek in mijn handen neem, hebben ze geen zin om de saaie zwart-op-witte letters te lezen. Dan kijken ze naar alles wat zich buiten de rechthoekige omslag afspeelt, en ontdekken ze een spin, die langs mijn benen omhoogkrokelt en een plekje op mijn lichaam zoekt waar hij-of-zij de nacht kan doorbrengen. Ik zou zijn-of-haar leventje kunnen beïndigen met een rake klap, maar dat doe ik niet. Het beestje heeft immers niets misdaan, als we buiten beschouwing laten dat hij-of-zij mijn aandacht opeist, en mijn gedachten quasi opslurpt, terwijl ik me op mijn leesvoer wil toeleggen.
Zou een spin gevoelens hebben? Zou ‘ie pijn of genot ervaren?
Zijn-of-haar verstand lijkt in ieder geval ver te zoeken. Want mocht ik een spinachtige zijn, dan zou ik toch veiliger oorden opzoeken, in plaats van zo’n reusachtig menselijk wezen te beklimmen, die me zonder moeite een kopje kleiner kan maken. Ik besluit dat sommige spinnen, net als sommige mensen… avontuurlijker zijn dan hun soortgenoten, die zich onder kasten en achter zetels verschuilen, en pas ’s nachts een stapje in de wereld zetten. Wie weet had mijn bezoeker zich domweg misrekend, en dacht ‘ie dat ik vredig lag te slapen, aangezien de wekkerradio vertelde dat het twaalf uur was. Hij trachtte mijn lijf te verkennen, zonder de vrees dat ik de vliegenmepper zou bovenhalen.
‘Laat me gerust, ik wil lezen’
Maar na een halve bladzijde dwaalt mijn blik alweer af naar minder literaire oorden. Want ineens merk ik dat ik twee verschillende sokken draag. Niet dat iemand er op zou letten, maar het afgewassen grijze van links past helemaal niet bij het net-uit-de-verpakking-gehaalde zwart van rechts. Als ik een paarse met een felgroene kous mixte, zou ik nog een soort anti-mode statement uitten, maar dat is niet het geval, en ook niet de bedoeling. Mijn kleurencombinatie is niets dan een bewijs van mijn slaperige toestand ’s morgens, waarbij ik met een waas voor de ogen uit mijn bed stap en het eerste beste paar sokken uit de kast grabbel. Ik besluit dus dat ik mijn modeblunder teniet moet doen, en ik trek de ondingen uit.
Ik begin vol goede moed aan mijn boek met het ‘derde keer, goede keer’ cliché in mijn achterhoofd.
Ik heb koude voeten.
-El-
Planetarium
augustus 22, 2008

Heel lang geleden was er een enorm zonnestelsel, met een heleboel planeten die trouw hun eigen baan beschreven. Er zweefden grote, kleine, bloedhete en ijskoude exemplaren rond, die elkaar het zonlicht in de ogen gunden en elk een eigen plekje in het heelal bekleedden.
Zo had je Venus, de helderste van allen, die in een warmrode kleur baadde en steeds op zonlicht en warmte werd getrakteerd. Een echt luxebeestje dus, en tevens de woonplaats van het vrouwelijke ras.
De mannen, daarentegen, zochten frissere oorden op. Want zij huisden op Mars, tussen de kraters en de vulkanen die deze planeet rijk was. Van Venus en haar vrouwvolk hadden ze nooit gehoord, en er was werkelijk geen haar op hun hoofd dat het bestaan van ons welgevormde ras vermoedde.
En toen gebeurde het onvermijdelijke…
BIG BANG!
En plotseling was er een aarde, waarop mannen en vrouwen verenigd werden, met alle vreugde en miserie ten gevolg. Want we leerden elkaar te behagen en te verdragen. We werden verliefd en we bedreven de liefde. En zo kwamen er kindjes, die volwassen werden en kennis maakten met dit universele gevoel. En nu.. na een jarenlange evolutie, is de wereld rijkelijk gevuld met een mengeling van dames en heren in alle soorten en maten.
Enerzijds lijken we op onze mannelijke lotgenoten, en anderzijds stoten we op een diepe kloof, wanneer we hen trachten te begrijpen. Ze spreken immers een andere taal, die moeilijk te onderscheiden is van de onze. Ze gebruiken dezelfde woorden, maar geven er een andere betekenis aan, én ze verdraaien onze handelingen naargelang het hen uitkomt.
Dat komt omdat hun hersenen zich op een andere plek bevinden dan de onze. Wij bewaren onze grijze massa onder een hersenpan, maar bij de jongens is een groot deel ervan naar lagere contreien afgedwaald. En dat zorgt weleens voor onbegrip tussen beide geslachten. Want wanneer een jongen je op een drankje trakteert, weet je meteen hoe laat het is. Als hij ook nog eens rond jou blijft dralen terwijl je het opslurpt, en zijn vrienden plotseling links laat liggen, dan is de boodschap meteen duidelijk. Want uit ervaring kan ik vertellen dat ze niet uit zijn op een diepzinnig gesprek…
Voor zover is er geen probleem hoor, want zowel de mannelijke aandacht als de luchtige babbel ervaar ik als iets leuks. Maar dan, na enkele minuten, weegt er iets dwangmatigs door in hun stem. Ze proberen een gespreksonderwerp te vinden om je aan de praat te houden, en vervallen dan in clichés als ‘Wat heb je gestudeerd?’ en ‘Hoeveel broers en zussen heb je?’
Verveeld beantwoord je hun interview dan met ‘humane’ en ‘1 zus’, waarop hij natuurlijk vraagt hoe mijn zus heet en hoe oud ze is en of we goed opschieten met elkaar en of ik misschien ook huisdieren heb…
Uit beleefdheid, én uit medelijden pols ik dan-ook-maar naar zijn studies, waarop ik spontaan overladen word met zijn verleden op de schoolbanken. Ik knik en glimlach en zeg niets. Dan doet hij zijn familiestamboom uit de doeken en vertelt hij laaiend enthousiast over zijn ouwe trouwe hond, die z’n eigen staart najaagt en elke onbekende met een slijmerige smak begroet. Ik besef dat deze monoloog nog eeuwenlang zou voortduren als ik geen subtiel excuus zou bedenken om weg te komen. Natuurlijk laat mijn creativiteit het afweten op dat moment en blijf ik, een geeuw onderdrukkend, luisteren naar zijn relaas.
Dan slaat de klok het verlossende tijdstip van twee uur ’s nachts aan, waarop hij me vertelt dat hij naar huis moet. Ik denk dat hij een tongzoen verwacht, of op z’n minst mijn e-mailadres. Ik geef hem dat laatste, en wimpel hem af met een kus op de wang, en mét de gedachte dat ik gerust kan verderfeesten zonder zijn gezelschap.
Maar wanneer ik de volgende dag inlog op msn, springt er meteen een venster open, waarin zijn ‘HEYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYYy
;);):p:p:p‘ mijn ochtendhumeur behoorlijk versterkt. Ik drink een koffie en durf weer achter mijn laptop plaats te nemen om zijn enthousiasme te beantwoorden op een iets koelere manier. ‘Hey’ typ ik, en daar blijft het bij.
Zo snel geeft hij de hoop niet op, want er kwam een tweede vraaggesprek aan, en een derde, en een vierde. Intussen heeft hij ook mijn gsmnr bemachtigd, om me te pas en te onpas met liefdevolle sms’jes te bestoken, en van e-mails sturen is hij blijkbaar ook niet vies. ‘De aanhouder wint’ blijkt zowat zijn levensmotto te zijn, en dat weerspiegelt zich in zijn opdringerige, bijna-stalkerige berichten. Ik reageer nauwelijks…
En toch blijft hij volharden, ondanks mijn subtiele afwijzingen…
Toch neemt hij geen vrede met een gewone vriendschap….
toch gaat hij niet op zoek naar een volgend slachtoffer…
Jongens… Ik zal ze nooit begrijpen, want ik had het, in zijn plaats, allang opgegeven.
Maargoed
geen (of toch niet veel) testosteron, geen mening?
-El-
pukkelpop verslag
augustus 17, 2008
- Marijn met de zonnebril
- Nog een sfeerbeeldje
- confetti bij Sigur Ros
- pukkelpop at night
- De chill-out zone
- Marijn die bedenkelijk kijkt ;)
- Moi
- Verdwaald?
- Sfeerbeeld
Pukkelpop 2008 zit er weer op, en dat geeft natuurlijk aanleiding tot een verslagje van dit lichtjes- alternatieve muziekfestival in de Limburg.
Voor de gelegenheid werden de Kiewitse koeien eventjes naar een andere locatie overgebracht, al lieten ze hun lijfgeur op de weide achter, wat voor een constante koeienvlaaienwalm zorgde.
‘Ik weet niet wat ik het ergste vind: De stank zélf, of het feit dat ik er gewend aan raak’, zei mijn collega Marijn, en ik kon zijn standpunt best begrijpen!
Maar de boerderijgeur is dan ook de enige ergernis die ik omtrent dit festival kan bedenken, want al bij al blik ik met een positief gevoel terug op de laatste pukkelpop-dag.
Zo rond de middag arriveerden we (ik en Marijn) op de camping, waar we gelijk onze ‘Echt-stand’ opstelden, tussen de goede-doelenkraampjes van de dierenbescherming en de kinderen- en jongerentelefoon. Zonnebaden zat er wel in, aangezien de temperaturen tegen de 30 graden aanliepen en er geen wolkje aan de lucht te bespeuren was. Ons jobke bestond eruit om onze wedstrijd onder ‘t publiek te brengen, én de ECHT-krant te promoten. Maar eenmaal bruingebakken, en verlost van de win-formulieren, besloten we dat we genoeg gewerkt hadden.
Tijd om naar de weide te trekken. Even later stonden we van de sfeer, én van een frisse pint te genieten, met het programmaboekje in de hand. Want Chokri maakte het ons niet gemakkelijk om een keuze te maken uit zijn aanbod van 212 bands, die op -maar liefst- 8 verschillende podia speelden! Je zou voor minder gedesoriënteerd raken, of keuzestress oplopen. Maar van stress was er helemaal geen sprake, want de gemiddelde festivalganger liep er ontspannen bij.
Terwijl we -al slenterend- de weide verkenden, hoorde ik een bekend geluid. ‘Hey there Delilah..’ klonk het, uit de verte, al hoorde ik het publiek luider zingen dan ‘The Plain White T’s’
Uiteindelijk kozen we voor ‘Junkie XL’, die in onze vage herinnering ‘A little less conversation’ van Elvis in een nieuw kleedje stak, en daarna in de vergeteldheid belandde. En ik begrijp waarom, want deze dj kon me helemaal niet bekoren met zijn platte dance-mixjes en zijn al-even-boerse bompa-klak. Hij deed mij aan Regi van Milk Inc. denken, maar in tegenstelling tot deze laatstgenoemde, zie ik Junkie XL nog niet zo gauw in het sportpaleis optreden.
Lichtjes teleurgesteld trokken we naar de Marquee, om ‘The Dresden Dolls’ aan het werk te zien.
Da’s dus de groep die ik -normaalgezien- aan een heleboel gewaagde vragen zou onderwerpen, ware het niet dat ze al hun interviews doodleuk hadden gecanceld.
Toch moet ik toegeven dat ze het er behoorlijk goed vanafbrachten, met hun tweetjes op het podium. De horde trouwe fans gingen helemaal uit hun bol, en tijdens ‘Coin-operated-boy’ kon ik het niet laten om de vrolijke poppenkastmelodie mee te zingen.
En dat doe-maar-mee gevoel had ik ook tijdens de set van ‘2 many dj’s’, die de avond inluidden in de ‘boiler room’. De Dewaele-broertjes kregen het voltallige publiek mee met ‘hey girl..hey boy.. 2 many dj’s … here we go!‘ en de enkeling die stilstond, had ongelijk als je ‘t mij vraagt.
Toen sloeg de honger stilaan toe, en ondanks de talrijke eetgelegenheden op de weide, die de gewoonlijke brol aanboden (hoe vettiger, hoe prettiger), besloot ik toch maar mijn zelf-geprepareerde smos-met-garnaalsla binnen te spelen. En het smaakte!
Met een goed gevulde maag trotseerden we de massa, die zich vlak voor de main-stage concentreerde. Eenmaal vooraan telden we af naar Sigur Ros, in de hoop dat deze Ijslandse band onze verwachtingen zou waarmaken…
Dat bleek overigens geen probleem te zijn, want ze brachten het grote publiek in vervoering! De feërieke melodieën en ijzingwekkende zanglijnen zorgen voor een sprookjessfeer, en over het talent van de bandleden kon geen twijfel bestaan. Kortom, ik wàs fan en ik blijf fan
Inmiddels hield de zon het voor bekeken, en werden de lichtkransen in de bomen aangestoken. Deze zwoele avond schepte de ideale sfeer om een waterpijp te roken, of een muntthee te drinken in de ‘chill-out’-tentjes, die uitgerust waren met comfortabele zitzakken. Op die manier kon je ook wat energie besparen om je -even later- helemaal uit te leven op de beats van het Soulwax-duo, dat enkele uren daarvoor de boiler-room onveilig maakte.
En of het nu aan de buitenlucht lag, of aan de volle maan, of aan het opgewarmde publiek… Soulwax overtuigde nog meer dan hun alter-ego ‘2 many dj’s’. De identieke witte kostuums van beide bandleden ademden klasse uit, net als hun muziek, en de mannen hadden er duidelijk plezier in. En zolang zij tevreden zijn, zijn wij dat ook.
En wie dacht dat de presentatoren er vanafkwamen met een ‘Goodbye, thanks for coming, see you again next year’, sloeg de bal mis, want de organisatie had nog meer in petto.
2 trapeze-artiesten verzorgden de slot-act, begeleid door een iets-minder-originele vuurwerkshow, terwijl een miljoenenmassa zich naar de uitgang wurmde.
En daar botste ik op een minpuntje. We wilden namenlijk nog een cola bestellen om onze bonnetjes op te maken, maar wat bleek? De drankstandjes waren, op één na, gesloten, zodat alle dorstigen zich naar dat ene kraampje repten. En aangezien het de laatste dag van pukkelpop was, wilde iedereen natuurlijk zijn bonnetjes kwijt, wat voor ellenlange rijen en ellenboogstoten en bierdouches zorgde.
Dat mag wel eventjes anders, volgend jaar, maar al bij al kunnen de criticasters op hun honger blijven zitten, want échte tegenvallers waren ver te zoeken…
-El-
Merci voor Rudy en Marijn, ‘t was een fijne dag
boeddhisme
augustus 15, 2008

Ik vraag me af of we ons kunnen onthechten van alle luxegoederen die de post-post-postmodernistische maatschappij ons biedt. Want hoe mooi deze stelling ook klinkt in theorie, ‘t is moeilijk om hem toe te passen in de praktijk.
Boeddha slaagde erin, maar hij was dan ook een geval apart. Een uitverkorene, die beweerde dat leven gelijk stond met lijden, en dat het geluk zich vertaalde in de verlossing van deze lijdensweg.
Het begon allemaal bij ene Siddartha Gautama, een Indische prins die een luxeleventje lijdde en nog nooit een stap buiten de veilige muren van zijn ouders’ paleis had gezet. Tot er een dag kwam waar op hij zijn stoute schoenen aantrok, en zich een weg naar de buitenwereld baande. Inmiddels was hij al getrouwd met zijn eigen nicht én vader van een zoontje. Maargoed, hij kwam voor de allereerste keer in contact met ‘het gewone volk’, en hij werd gelijk geconfronteerd met de diepe kloof tussen rijk en arm.
En bij het zien van deze zieke, broodmagere mensen, stelde hij zich natuurlijk vragen… Hij vroeg zich namenlijk af waarom ze zo leden, en hij vond het helemaal niet kunnen dat ze doorheen de miserie ploeterden, terwijl hij in een chique residentie woonde, en zomaar alles kreeg wat zijn hartje bezielde.
Impulsief gooide hij zijn prinselijke outfit op de vuilnisbelt, bond een doek om zijn edele delen, en trok zo de stad in, om zich te vereenzelvigen met de talrijke bedelaars en ondervoeden.
Om erachter te komen wààrom ze gedoemd waren om in zulke omstandigen te leven, en om te weten hoe het voelde, zo te ‘lijden’…
Siddartha werd een bezitsloze, daar hij al zijn eigendommen achterliet en als ‘arme’ de straten bewandelde. Hij werd als held beschouwd door zijn volk en kreeg al gauw de bijnaam ‘Boeddha’, welke ‘hij die verlicht is’ betekent.
Sindsdien kende de leer van het boeddhisme zijn groei in India en omstreken, en hoewel ik mezelf geen boeddhiste noem, kan ik me heel goed in de verlichte ideeën vinden, die zich afspiegelen in wat men de ‘vier nobele waarheden’ noemt:
-
Er is lijden en ontevredenheid in het leven
-
Er is een oorzaak voor dit lijden: verlangens
-
Er is een einde aan het lijden wanneer er een permanent einde komt aan het ontstaan van verlangens door het behalen van de bevrijding/verlichting
-
Er is een weg die hier naartoe leidt: Het Achtvoudige Pad.
Volledig akkoord ben ik met deze stellingen, maar dat neemt niet weg dat ik het vrij moeilijk vind om me te bevrijden van mijn verlangens. ‘t Is immers zo gauw gezegd, dat je eingelijk wel zonder luxe kunt, en dat je helemaal geen mooie kleren of dure auto of chocolade nodig hebt om gelukkig te zijn. Maar wat weet je ervan als je diezelfde kleren in je kleerkast hebt hangen, als er een bmw in je garage staat, en er chocoladepreparaten in alle vormen en maten vanuit je koelkast lonken…
Ik heb me, bijvoorbeeld, al vaak voorgenomen om mijn geld wat meer te sparen, in plaats van elke fractie van vrije tijd aan het ‘winkelen’ te wijden. En toch kom ik steeds met het traditionele plastic h&m of zara-zakje thuis, mét een gevoel van voldoening, dat eingelijk nogal misplaatst is, als je de verlichte ideeën in het achterhoofd houdt.
Ik zou mijn koop-verlangens dus moeten inperken, maar’t probleem is dat ik helemaal niet zou weten hoe ik dat moet doen! Misschien wat geld opzijzetten voor een okkasie-auto? Of doneren aan ‘t goede doel? Want geld brandt zowat in mijn handen, ik moét er iets mee doen..
Sja..
Gelukkig is mijn eigen ik-je niet de enige waarop ik kritiek wil spuien, want de zonde van het verlangen treft bijna iedereen die ik ken. Zo wil papa al achttien jaar lang stoppen met roken… zonder resultaat. En zo willen tal van vrouwen enkele kilo’s kwijt, terwijl ze dwangmatig chocolade blijven eten.
En dan heb je ook nog degenen die zwemmen in’t geld, terwijl ze beweren dat geld niet gelukkig maakt. Of degenen die zichzelf constant in de schulden werken, om toch maar in hun verslavingen te volharden. En dan denk ik aan drugs en gokken en dergelijke.
Uiteindelijk zou het wel heerlijk zijn om te leven zonder verlangens of té hoge verwachtingen. Want uit eigen ervaring weet ik dat de veelbelovende geledenheden veelal tegenvallen, terwijl een doodgewoon afspraakje met mijn beste vriendin soms weleens uitloopt tot een geslaagde house-party!
Boeddha..
hij was wél van de slimsten,
en daarom beschouw ik zijn stellingen als leidraad…
maar me onthechten van het materiële?
Dat kan ik voorlopig (nog) niet
maar wie weet..
Misschien trek ik ooit weleens naar het verre oosten
en verander ik van gedacht…
‘K zou eens graag ‘verlicht’ worden
-El-
Dresden Dolls
augustus 11, 2008

The Dresden Dolls – Coin Operated Boy
Sitting on the shelf
He is just a toy
But I turn him on
And he comes to life
Automatic joy
That is why I want
A coin operated boy
Made of plastic and elastic
He is rugged and long lasting
Who could ever ever ask for more
Love without complications galore
Many shapes and weights to choose from
I will never leave my bedroom
I will never cry at night again
Wrap my arms around him and pretend
Coin operated boy
All the other real ones that I destroy
Cannot hold a candle to my new boy and I`ll
Never let him go and I`ll never be alone
Not with my coin operated boy
This bridge was written
To make you feel smittener
With my sad picture
Of girl getting bitterer
Can you extract me
From my plastic fantasy
I didn`t think so
But I`m still convinceable
Will you persist
Even after I bet you
A billion dollars
That I`ll never love you
And will you persist
Even after I kiss you
Goodbye for the last time
Will you keep on trying to prove it
I`m dying to lose it
I`m losing my confidence
I want it, I want you
I want a coin operated boy
And if I had a star to wish on
For my life I can`t imagine
Any flesh and blood could be his match
I can even take him in the bath
Coin operated boy
He may not be real
Experienced with girls
But I know he feels
Like a boy should feel
Isn`t that the point
That is why I want
A coin operated boy
With his pretty coin operated voice
Saying that he loves me
That he`s thinking of me
Straight and to the point
That is why I want
A coin operated boy
Heerlijke song! Vind ik, sinds eergisteren… Want da’s de dag waarop redacteur Marijn met het voorstel kwam om the Dresden Dolls te interviewen op Pukkelpop. En impulsief als ik ben, zei ik natuurlijk direct ‘ja’, voor ik er goed en wel over nagedacht had. Want eenmaal ik de bevestigende mail naar zijn e-mailadres had verzonden, begonnen de twijfels zich op te stapelen.
Want ik kende de band alleen maar van ‘horen zeggen’, en ik ben niet meteen een ervaren journaliste, en Maargoed, voor alles is een eerste keer, dus ik ademde diep in en uit en nam plaats achter mijn laptop…
Al gauw kwam ik op de olympisch versierde google-site terecht, die me doorverbond met de enige echte ‘Dresden Dolls’. Wikipedia gaf hun beschrijving weer in een notendop. Groep uit Boston – Bestaat uit twee leden – Amanda zingt, én speelt piano, én gitaar – ze schrijft ook teksten – en werkt aan een solo-carrière – Brian drumt – zonder meer – Hun relatie is vriendschappelijk én professioneel, maar niet meer dan dat – en samen maken ze Brechtiaanse punk!
Dit genre was me compleet vreemd, maar daar zou gauw verandering in komen. Het was even wennen aan Amanda’s boze stem, en haar meedogenloze teksten, maar inmiddels zijn de Dolls in mijn lijstje van ‘betere bands’ belandt. In feite zijn ze heerlijk creatief en vernieuwend, en bovendien durven ze hun ding doen op het podium, zonder rekening te houden met taboes of plaatsvervangende schaamtegevoelens.
Dat gevoel geven ze me toch, wanneer ik hun optredens op you-tube bekijk, of hun songteksten analyseer. Lekker rechtuit zijn ze, en ze ‘zingen’ waar het om gaat, zonder al teveel rond de pot te draaien. De combinatie Brian-Amanda zorgt voor een soort chemische reactie, waarbij een hoop energie vrijkomt! Want Amanda klopt op het klavier, en schreeuwt het uit op’t podium, terwijl Brian de ziel uit zijn lijf drumt!
Je zou voor minder met een klein hartje rondlopen, wetende dat je dit duo moet uitvragen, in’t Engels nota bene! Maar ik zou ik niet zijn als ik uitdagingen uit de weg ging -excuseer mij voor de heldhaftige uitdrukking die aan Kuifje en consoorten doet denken – dus ik begin alvast at vraagjes op te stellen, kwestie van niet met mijn mond vol tanden te staan.
Anyway, iemand een handtekening nodig
?
-El-
Denken is niet weten
augustus 9, 2008

Ik kijk twee onverzorgde handen, die een stylo vasthouden een paar zinnen in een gelijnd oilily-schriftje neerpennen. Want bij ‘t zien van mijn twee ‘kompanen’, zou elke schoonheidsspecialiste geschokt haar hand voor de mond slaan en me op een manicure trakteren met alles erop en eraan.
Ik wou dat ik op z’n minst mijn nagels had geknipt, of dat ik mijn vingers even in een portie handcrème kon ‘dippen’, maar niets is minder waar… want de hygiëne op een trein beperkt zich meestal tot één of twee miniscule toiletkotjes, waar met een beetje geluk een rol papier naast ligt. En terwijl de wc gewoonlijk niet doorspoelt, is de verlichting altijd op-en-top-in-orde. Of beter gezegd: over-the-top in orde, want de aftandse TL-lamp oven de spiegel brandt véél te fel naar mijn zin. Ik blijf dan ook met een volle blaas zitten, kwestie van mijn eigen puistjes niet onder ogen te moeten komen…
Zo nu en dan kijk ik om me heen. Naar de gele tafels, boven een vuilbakje dat net groot genoeg is om je lege kauwgompakje in te foefelen. Naar de afgrijselijke, donkergroene zetels, die schreeuwen dat je in ‘tweedeklas’ zit. Naar de conducteur, die me met het traditionele knikje duidelijk maakt dat hij mijn kaartje wil knippen.
En natuurlijk ook naar mijn medereizigers, drie meisjes die -als ik goed kan schatten- ongeveer twintig lentes tellen.
De eerste is een ware goth, met de typische zwarte, lange rok en een jas en kapsel in dito kleur, als ik zwart een kleur mag noemen. Toch ziet ze er helemaal niet duister uit, integendeel. Ze heeft een schattig gezichtje, en kuiltjes in de wangen wanneer ze naar me glimlacht. Ik lach terug, terwijl ik hoop dat ze haar make-up thuis is vergeten want ik zou haar niet graag met zwart-omrande ogen aantreffen op de vampire party. Als ze daar naartoe gaat…
Numero twee vind ik een doodnormale meid. En ze straalt die ‘normaliteit’ dan ook uit in haar manier van doen, en in haar kledingstijl. Waarschijnlijk ken je wel iemand als zij, met een rock-werchter bandje, h&m-topje en i-pod in de oren. Ze lijkt me zo’n dorpsmeisje, dat haar vrijdagavond liever op de plaatselijke chirofuif doorbrengt, in plaats van naar Antwerpen te trekken.
Ze stapt dan ook af in Boechout.. ofzoiets..
De derde, daarentegen, lijkt me een echt Aantwaaps modemeisje: dun, blond, en van kop tot teen in designeroutfit gehuld.
Terwijl ze kordaat op de bank neerploft, raad ik naar haar plannen voor vanavond.
Geen vampire party, zegt haar Guess-jeans, maar ook geen discotheek, volgens de ‘brave’ mocassins aan haar voeten…
Ik denk dat ze naar vriendje reist, om samen ‘een cinemake te doen’ in de metropolis. Ik gok erop dat hij zeker een kop groter is dan zij, en dat hij gladgeschoren wangen heeft, en veel gel in weinig haar. Ik zie ze zo voor me. Hij steekt zijn borstkas-in-Bikkembergs-shirt vooruit, terwijl zij een beetje verveeld kijkt. Hij wil chips, zij wil goede plaatsen in de bioscoopzaal. Toch lopen ze hand in hand…
Achteraf gaan ze nog een cola’tje drinken met een bevriend koppel. Om ‘bij te praten’, zoals dat heet in hun kringen. En zo praten ze het verplichte vrienden-uurtje vol, over verantwoorde onderwerpen als promoties, en verbouwingen, en toekomstplannen.
Ik gok erop dat deze dame voor middernacht in haar bedje ligt, want ze lijkt me niet echt een feestbeestje, noch een nachtuil. En nu ik het toch over dieren heb, associeer ik haar op één of andere manier met paarden. Ik durf ervoor wedden dat de muren van haar slaapkamer ooit volhingen met paardenposters, en dat ze ‘black-beauty’ op z’n minst 15 keer gezien heeft in haar jeugdjaren.
Dan wend ik mijn blik af naar de buitenwereld, die langzaam voorbijrijdt, en ik droom weg.
Wanneer ik weer ‘wakker word’, zit ik alleen in de wagon.
Plotseling besef ik dat ik eingelijk helemaal niets weet…
-El-
Onverzadigd
augustus 7, 2008

Ik herinner me dat ik ooit eens -al zappend- op vitaya terechtkwam, waar men een reportage uitzond over mensen met onverzadigbare behoeften. Lichtjes geïntigeerd besloot ik om even te ‘blijven hangen’ bij deze zender, en het programma uit te kijken.
Want enerzijds lijkt het me erg om nooit genoeg te hebben, en altijd naar meer te smachten. Maar anderszijds kon ik me wel inleven in de ’slachtoffers’, die het onderwerp van de reportage vertegenwoordigden. Ik heb er ook weleens last van, van dat onbevredigende gevoel…
Ik eet, bijvoorbeeld, niet veel zoetigheid, maar als ik éénmaal een stuk chocolade binnenspeel, vliegt meestal de hele inhoud van de koelkast richting mijn maag. En dat geldt ook voor discussies, want als ik eenmaal overtuigd ben van mijn gelijk, dan ga ik tot het uiterste om de ongelovige Thomas te overtuigen van mijn waarheid.
Jep, ik ben een doorzetter… en hoewel dat vrij positief klinkt, heb ik inmiddels ook de neveneffecten ontdekt. Zo gaven mijn vrienden onlangs toe dat ze helemaal niet graag gezelschapsspelletjes speelden met mij. Ik moest even slikken en vroeg me natuurlijk af waarom ze zoiets beweerden en al gauw kwamen de argumenten.
‘Je wil altijd winnen en je kunt niet tegen je verlies’ klonk het, kort samengevat. Een discussie was niet nodig, want ik gaf onmiddellijk toe, met schaamrood op de wangen. Ik zou immers ook nooit een spel willen spelen met het koppige meisje, dat ik dagelijks in de spiegel gadesla.
Ik grapte dat ik dan maar scheidsrechter zou spelen, bij de eerstvolgende gezelschapsspelletjesavond, en dat ik niét zou meedoen met de betreffende spelen. Ik lachte ermee, maar diep vanbinnen was ik toch wel wat geraakt door hun vrijpostig opmerking. Ik zat er een beetje introvert bij, en ik begon me vragen te stellen over mijn gedrag.
Want ben ik dan echt zo fanatiek? Zo gefocusd op winnen?
Ik weet het niet… Al weet ik wel dat ik ervoor ga, als ik iets wil bereiken. En ik elk willekeurig spelletje ligt het toch voor de hand dat je wilt winnen, niet?
”t is toch maar een spel ‘ zeggen ze dan, maar wat is in hemelsnaam het nut van een spel als je niet met de pluimen wil gaan lopen? Dan is de fun er toch af?
En om terug naar mijn beginzinnetje te refereren: Ik denk dat ik een onbevredigbare behoefte naar voldoening bezit. Want in de prijzen vallen, een goed examen afleggen, het huis een grote schoonmaak geven… dàt zijn de zaken die mij een feel-good moment bezorgen. Het gevoel dat je iets bereikt hebt, of toch tenminste op een nuttige manier je tijd gespendeerd hebt.
Zelfs bloggen geeft me voldoening, zoiets van een ‘oefff, ik heb de twijfels van me afgeschreven, nu kan ik met een ontspannen geest mijn bedje inkruipen
‘
-El-








