de wereld in een notendop
december 10, 2009
De wereld in een notendop
Bah
Wie verzint het ?
Je kunt de wereld helemaal niet in een notendop gieten. Laat staan een stukje van de wereld. Je zou alle geuren en kleuren herleiden tot een ordinair grijs kiezelsteentje.
Tegenwoordig ontkleden we zinnen, in plaats van ze te ontleden
-El-
just to know what it feels like
december 9, 2009
Als ik één dag in iemands schoenen zou mogen staan, zou ik er zowieso iemand ‘grappig’ uitpikken… Het moet uiteraard een man zijn, die -bij voorkeur– met zijn kop op tv komt en het nog leuk vindt ook. Iemand die geniet van aandacht en alle schroom wegmoffelt onder een deken van vertier.
Ik kan er niet zomaar een naam op plakken, maar er zweven tientallen karakterkoppen door mijn hersenpan. Jong en oud, mooi en lelijk, publiekslieveling en herrieschopper. Of allebei.
Stand-up comedy van de bovenste plank, dàt wil ik brengen. Mijn fifteen minutes of Fame ten volste beleven en daarna terug een zijn, in plaats van het.
Just to know what it feels like …
for a girl
in this world
-El-
Soms word ik overmand door twijfel…
Oké, ‘soms’ is een eufemisme, want eigenlijk word ik overal en altijd geplaagd door deze zogenaamde ‘emotie’, die ik evengoed als kwelling zou kunnen bestempelen.
Want waarom wou ik nu ook alweer journaliste worden?
Omdat het geen doodsaaie routineuze nine-to-five job is, natuurlijk.
Omdat ik graag verhalen vertel, en die vervolgens op mijn eigenwijze stijl neerpen op papier.
Omdat de mode-academie toch nét iets te hoog gegrepen leek voor iemand die nogal een hekel heeft aan naailessen en daarenboven een geweten heeft dat regelmatig boodschappen achterlaat à la “Er zijn toch belangrijkere dingen in het leven dan kleren” en “Mode, da’s voor rijke mensen, die niks beter te doen hebben dan winkelen”. Oké, die laatste kwam niet van mijn geweten, maar van mijn mama.
Anyway… Ik heb er eigenlijk nooit rekening mee gehouden dat mensen soms liever kant-en-klare headlines lezen en in jeans, t-shirt en allstars op pad gaan. Dat de doorsnee mens inderdaad nogal ‘doorsnee’ is, en helemaal geen broeken met één pijp wil aantrekken of geen artikels van 3 bladzijden wil lezen terwijl ik de essentie van het verhaal evengoed in tien oppervlakkige lijntjes zou kunnen gieten.
Read between the lines
zou ik zo zeggen
-El-
Twilight
november 30, 2009
Toen ik dertien was zag ik op één of andere manier een schrijfster in mezelf. Je weet hoe dat gaat… een pluim hier, een complimentje daar en je voelt de goesting al opborrelen om aan een eerste roman te beginnen. In die tijd schreef ik inderdaad nog romans, die ik zonder schroom met Twilight the movie en consoorten durf te vergelijken, in de zin van : meisje met lang bruin haar en basketschoenen wordt verliefd op mysterieuze jongeman. De jongeman in kwestie ziet haar wel zitten en even later lopen ze hand in hand door een regen van goudgele bladeren. Als er niemand kijkt volgt er een eerste kus, én er komt een hoop magie aan te pas…
Het ligt nog ergens in de garage, denk ik, mijn zonnebloemenschriftje. Bedolven onder sprookjesboeken, en maar goed ook. Mocht je het ooit opgraven, dan zou je eerst door een aantal kinderversjes ploeteren die mijn jaren negentig weerspiegelen…
Maargoed, een aantal blanco pagina’s later (writer’s block) pende ik mijn verhaaltje neer, dat achteraf bekeken echt enorm veel gelijkenissen met de hype des hypes van 2009 vertoont.
Gemiste kans?
Nee hoor, want het verhaal in kwestie was bijlange nog niet af. Op papier werden Magali en Joren tot in de details beschreven: Ongeïntresseerde brunette met smalle neus & bleke jongeman die gezegend is met volle wenkbrauwen, en zelden een woord zegt in groep. In hoofdstuk twee werd Magali verliefd op Joren, maar ze durfde het niet tegen haar vriendinnen te vertellen, omdat hij eigenlijk toch maar ‘een rare’ was.
Hoofdstuk 3 is helaas (?) niet meer, omdat ik het op mijn diskette had opgeslagen en diezelfde diskette iets te dicht bij een magnetisch veld had laten rondslingeren, waardoor de inhoud onherroepelijk verloren ging, maar niet getreurd : nummer 4 bevatte de ‘clue’ van het verhaal. Magali en Joren zochten namenlijk toenadering tot elkaar, en het duurde niet lang of hun liefde werd bezegeld met een allereerste kus voor beiden (hoe romantisch).
Na Hoofdstuk 5 vond ik mijn verhaal eigenlijk gewoon waardeloos en stom. Zéro inhoud, wie wil er nu wééral cliché’s over onmogelijke liefde lezen? Zo afgezàààgd. Daarbij kwam nog dat Joren eigenlijk niet ‘een van ons’ bleek te zijn. Geen vampier of weerwolf, maar gewoon een ander creatuur dat ik zorgvuldig had omschreven in -wederom– mijn zonnebloemschriftje. Ik had zelfs een naam bedacht voor zijn ‘ras’ maar ik ben die inmiddels al vergeten.
‘T verhaal verdween prompt in de vuilnisbak, of toch figuurlijk, want ik wil eigenlijk zeggen dat ik er van toenafaan niet meer aan verder werkte.
Too bad, misschien was ik er wel rijk mee geworden…
Maareuuhh geld maakt niet gelukkig hé, om met een toepasselijk cliché te eindigen
-El-
Dromen kun je niet kopen…
En toch hangt er meestal een prijskaartje aan, wanneer ik ze tegenkom. Soms fluisteren ze mijn naam, terwijl ze uitdagend in hun vitrine staan. Twee beauties dansen voor mijn ogen, voorzien van uitstekende belichting. Ik stop nogal bruusk met wandelen, terwijl ik mezelf gelukkig prijs dat ik niet achter het stuur zit. Geen toeters of laag-bij-de-grondse handgebaren dit keer, hoogstens een onoplettende wandelaar die me aankijkt alsof ik ontsnapt ben uit het gevang, en niet bepaald subtiel mijn enkels checkt. ‘Neen, ik heb geen enkelband’ zegt mijn blik, en stiekem hoop ik dat de onoplettende wandelaar over twee minuten over een bananenschil zal struikelen. Ik zie hem in gedachten tegen de grond smakken en dat is eigenlijk al goed genoeg om mijn humeur wat op te krikken.
Nog gelukkiger zou ik worden wanneer ik de pumps cadeau kreeg, die vanuit de etalage naar de lonken. Ze werden ogenschijnlijk ontworpen werden met mijn voeten in het achterhoofd, want hun bloedrode teint past perfect bij mijn huidskleur, en hun ronde neus geeft mijn tenen voldoende bewegingsruimte. En daarbij, het enkelbandje flatteert mijn enkels beter dan die lelijke grijze dingen die gevangenen toebedeeld krijgen…
Zwarte nagels – de mijne – tasten in een handtas op zoek naar mijn vijand de bril, om de prijs te kunnen lezen die in lettertype 8 op de hak gekleefd werd.
Zo’n 15 seconden later besef ik dat het onding ergens naast mijn laptop ligt, terwijl drie wazige zwarte cijfers onder de scherpe rode schoentjes bengelen.
Niet dat het uitmaakt, ik krijg ze toch cadeau!
In my dreams…
-El-
Oranje Kasseien
november 21, 2009
Ik denk dat je je soms moet vastklampen aan je dromen. Hopen dat het wel goed komt. Meer zelfs, ervan overtuigd zijn dat alles in je voordeel zal uitdraaien. Dat je op een doorsnee dag in najaar door een matig drukke winkelstraat zal slenteren met je hoofd in de wolken met je blik op oneindig gericht. Om naar de kasseien te staren. Terwijl de speakers tegen je trommelvliezen drummen alsof ze jou hoofd op z’n kop willen zetten. Je slentert doorheen de zilverzwarte straten en je negeert voorbijgangers en hun blikken, hakken, lachen. Omdat je naar huis wil.
studentenwelkom?
september 25, 2009
‘t Academiejaar is weer begonnen.
Dat merk ik niet zozeer aan mijn lessenrooster, des te meer aan de troepjes eerstejaarsstudenten, die synchroon verdwalen met de kaart van Leuven in hun achterzak. Meestal meisjes met cognac-kleurige laarsjes, die kilometers omwegen stappen om in’t beste geval de juiste aula te bereiken. En als dat niet lukt hebben ze toch één of ander groepsgevoel bevorderd. Samen de weg kwijt zijn schept een band.
Soms wordt die band verder ontwikkeld. Bij voorkeur gebeurt dat op café, of in één van Leuven’s budgetvriendelijke fakbars. Grapjassen noemen ze weleens fuckbars, en je wordt inderdaad serieus genaaid als je gedacht had dat je er een tafel, laat staan een stoel of twee ter beschikking zou krijgen. ‘t Is rechtstaan geblazen, ofwel samengeperst tussen andere aanwezigen, ofwel onder de blote hemel, op de voorgevel tussen de fietsen.
Ach niet getreurd. Wie manipuleerbaar genoeg is komt vroeg of laat wel in de 7oaks terecht, waar ze na tweeën uitsluitend nineties-”muziek” draaien, tot groot jolijt van iedereen die opgroeide in de jaren negentig, en da’s dus vijfennegentig procent van de studenten… De 7oaks is enig in zijn soort, voor zover mijn kennis van danskelder-slash-jeneverbars reikt. Veel vrijgezellenavonden zijn er beëindigd, veel one-night-stands zijn er begonnen en veel studenten hebben zich er tegoed gedaan aan een cocktail van fruitjenevers, in’t slechtste geval gemengd met bier.
Naarmate de avond vordert, ontpoppen de zatlappen zich. Je hebt ze in verschillende soorten. Sommigen gaan keurig naar hun kot toe, steken de sleutel in de deur van hun onderbuur en realiseren zich een half uur later dat ze een verdieping horen moeten zijn. Meestal snellen ze dan ook de trap op- vooraleer onderbuur wakker wordt- en kruipen ze met kleren aan in’t bedje. Een tweede soort grijpt de vrienden bij de arm en zingt over Opblaaskrokodillen, terwijl ze door de Schapenstraat waggelen. Als ze voorbij mijn raam komen, ontketenen ze mijn pre-ochtendhumeur, en da’s niet niets. In die fase ben ik bereid om een emmer koud water over hun hoofd te gieten, onder het motto ‘direct nuchter’, maar eigenlijk heb ik dat nog nooit gedaan. Te lief voor deze wereld…
Anderen worden meteen misselijk van de buitenlucht. Dat zijn de ergste. Als het feestgedruis ten einde loopt, en hun lichaam de buitenlucht trotseert, onstaat er een onbehaaglijk gevoel in hun maag. ‘Misselijk’… maar dat duurt meestal niet zo lang, want op de gevel van het eerste, beste huis ledigen ze die maag, met alle gevolgen vandien. Niet zozeer voor hen, wél voor mij, wanneer ik ’s morgens om 7uur (oké, eigenlijk 9uur) naar de bakker huppel (slenter).
Tussen haakjes, ik schiet niet op de eerstejaars, want...’t Laatste Nieuws kopte gisteren
‘ongedeerd na val van 13m’.
Op pagina 3 lees ik dat een avontuurlijk aangelegde 19-jarige student de brandladder van de fakbar ‘Letteren’ is opgeklommen om er daarna-logischerwijs- weer af te vallen. Om het verhaal compleet te maken werd zijn identiteit nauwkeurig uit te doeken gedaan. De jongen in kwestie, Frédéric en nog iets, studeert aan de KULeuven, en toeval of niet… hij zit in’t tweede jaar communicatiewetenschappen. Net als -El-
Espagnol
augustus 17, 2009
Als kind ging ik dolgraag op reis. Ik kon niet slapen als ik wist dat we de volgende middag naar de Ardennen of naar Sunparks zouden vertrekken. Dan stond ik om zes uur op om tv te kijken tot mijn ouders naar beneden kwamen geslenterd en op het gemak hun bagage nog eens nakeken en naar de bakker fietsten om sandwiches te halen -want die blijven lang goed-.
Terwijl ik met tegenzin een bad nam, en met de volle goesting één van mijn twintig roze outfits selecteerde, werd het ontbijt met liefde bereid. Zoete, witte broodjes met gebakken eieren en vers fruitsap, lekker, éécht lekker. Mijn ouders rookten hun laatste sigaretje en zochten pralines voor de buren bijeen, opdat ze onze kat en onze plantjes eten zouden geven.
Even later zaten de zus en ik op de achterbank, gescheiden door een frigobox en met de voeten op een opgerolde slaapzak, want “Kleine auto’s rijden gemakkelijk”. Ons amusement bestond uit 2 walkman’s en 2 cassettes, die aan beide beschreven waren met Spice Girls en Aqua-compilaties, maar toen we de volle vier rolletjes beluisterd hadden, begon de miserie. Dan gingen we ‘gele auto’ spelen, waarbij je elkaar een mep verkoopt wanneer er een gele auto voorbijrijdt. Dat duurde meestal tot één van ons getweeën te hard mepte en de ander begon te wenen en papa ons een tik gaf, zonder dat er een gele auto voorbijreed. De spelbreker. En eens de verveling toesloeg, was er rotsvast iemand die pipi moest doen of wagenziek werd, maar daar zijn de Belgische autosnelwegen gelukkig op voorzien. We stopten aan een wegrestaurant en spendeerden onze zakcentjes aan de Joepie en paprika chips. En we reden verder in’t schemerduister, richting Ardennen, op zoek naar een -maximum- twéésterrencamping. Zwembaden en tennisvelden meden we als de pest, en uiteindelijk vonden we altijd één of ander gezellig grasveld bij de Ourthe of de Lesse.
Terwijl mama en papa de tent opzetten gingen ik en Charlotte “de omgeving verkennen”, en onze conclusie klonk elk jaar ‘t zelfde. “Iedereen is hier van Holland”. En gelukkig maar. We waren immers blij dat de Nederlanders het heft in handen namen en contact zochten met die twee schuchtere Belgische zusjes. Onze campingvriend(innet)jes kwamen altijd uit het Noorden, en ze zongen vijftien jaar geleden al over opblaaskrokodillen. Mooie tijden, dat wel.. En toen fotografeerden we nog analoog, dus onze herinneringen liggen allemaal vast in bruinlederen foto-albums, die ik gisteren nog eens uit de kast gehaald heb. Vandaar de blog.
Inmiddels zijn er al tien jaren gepasseerd, en ik ervaar nog steeds die kinderlijke nervositeit wanneer ik ons Belgenlandje moet verlanden…Volgende week vertrek ik naar Spanje. En ik weet wel dat veel mensen denken van “Ochottekes, Spanje, iedereen is daar toch al vijfenvijftig keer geweest”, maar toch is’t iets nieuws voor mij. Alleen op reis is toch nét iets anders als met de familie van het lief, of met ‘t school, …
Fingers Crossed, opdat het zal meevallen. Ik ga morgen mijn Spaans-voor-beginners-reisgids eens bestuderen en mijn Spaanse uitspraak ietwat optimaliseren. Want nu spreek ik een beetje Enamorada boemboem-Spaans, als je begrijpt wat ik bedoel
-El-
oude mensen
augustus 9, 2009
Vraag me niet waarom, maar de laatste tijd observeer ik graag oudjes. En dat is des te plezanter als je in een winkel werkt, en de godganse dag achter een kassa staat. De Proxy Delhaize, waar ze mij -je weet het of je weet het niet- als jobstudente hebben aangeworven, opent om half 9, om 08h30, en dus niét om acht uur, zoals ze de laatste tijd vrolijk op radio twee verkondigen. Toch staan er steeds weer enkele oudjes te wachten voor een grauwgrijze rolluik, waarop keurig de openingsuren van de winkel staan afgebeeldt.
Om pal half 9 moet ik dus aan de zwarte knop draaien. De rolluik kruipt zachtjes omhoog, terwijl de allereerste klanten hun gewrichten pijnigen om er onderdoor te kruipen. Haast-en-spoed, op naar de confituur, de melk, het brood en de kassa. Mijn vriendelijke ‘Even geduld, meneer’ lokt een zenuwachtig gerammel met de één-euro-vijfenzeventig uit, die van hun ene hand naar de andere tingelingt en uiteindelijk op de zwarte band belandt, die -merkwaardig genoeg- stopt met draaien op 5 centimeter afstand van het pc-scherm.
Vol verbazing pakken ze het geld dan weer op, waardoor de band terug begint te bewegen. Er treedt een soort WOW-effect op, dat ik niet anders kan beschrijven. Ik glimlach, neem het geld aan en wens hun nog een prettige dag. Dat was type 1 oude-mens-in-de-winkel. Vroeg uit de veren, enthousiast, zenuwachtig en enorm gemotiveerd om gepast te betalen.
Type 2 oude mens komt meestal later op de dag winkelen. ‘t zijn vaak ietwat mollige vrouwen, met gouden ringen om hun tere vingers. Die fluwelen vingertoppen hebben ze ontwikkeld door jarenlang met een naaimachine te werken, zijden stofjes te strelen en honderden broeken en bloesjes te herstellen (dat weet ik omdat mijn allerliefste moeke tot dit type behoort). Heel vriendelijk en enorm goed in smalltalk, bij voorkeur over het weer. Ze kopen katte(n)voer voor alle beestjes uit de geburen, Napoleons voor de kleinkinderen en Madeleinekes voor hun man, die thuis naar de koers zit te kijken en in’t weekend met de duiven speelt. Hun altruïsme charmeert me, moet ik zeggen.
Als ik vertel hoeveel ze moeten betalen staren ze bevreemdend naar het schermpje. Dan zetten ze hun brilletje op om het exacte bedrag te kunnen zien, om uiteindelijk een briefje van vijftig in mijn handen te drukken, in vieren-geplooid.
Hun briefgeld steken ze namenlijk altijd in té kleine portemonneetjes, met zo’n kersenbollen-drukknop. En dan halen ze hun kleingeld te voorschijn, ‘om het voor u gemakkelijker te maken’, terwijl je het wisselgeld al een halve minuut in je handen hebt.
Toch geef ik hen met plezier een briefje van tien-of-twintig terug, en bewonder ik hun moeite om te Euro te hanteren, en de goeie oude Belgische Frank vaarwel te zeggen. Ik help hen inpakken, en geef hen extra zakjes disney-kaartjes “voor de kleinkinderen”. Ze winkelen graag bij mij, geloof ik, en zeg nu nog eens dat kassiersters geen voldoening aan hun job beleven…
En vandaag, tijdens mijn dagdagelijkse start-to-run-sessie, is me nog iets opgevallen omtrent mensen van de “derde leeftijd”. Ze staan erg vaak in het niets te staren, met een glimlach op hun gezicht. Ze knikken naar mij terwijl ik puffend verder jog en ze blijven gewoon staan in hunnen hof. Alsof ze alles al meegemaakt hebben, alsof ze volstrekt content zijn met het leven dat ze geleefd hebben én op’t gemakske uitkijken naar de mooie jaren die hen nog te wachten staan. Ze genieten van hun belle vie en koesteren foto’s van hun allereerste achterkleinkind in hun té kleine portemonneetjes.
En eigenlijk vind ik dat wel superschoon. Als bomma’ke schommelen in mijne zetel en content zijn met het leven dat ik geleefd heb, da’s mijn ultieme doel. Carrière maken, kindjes baren, met de dolfijnen zwemmen en bunji-jumpen… komen pas op de tweede plaats.
Zeg dat Eline het gezegd heeft (Jaja, ik lees de Goedele 8))
-El-
gentleman
augustus 7, 2009

Wat ik werkelijk on-weer-staan-baar vind, is een goeie ouwe, échte gentleman. Zo iemand die de deur voor je openhoudt en je weleens een drankje aanbiedt op café. Gewoon een gentille man, als je me toestaat om in’t verbasterd Frans te schrijven.
Voor de rest ben ik allesbehalve conservatief, integendeel. Laat maar komen die nieuwe man! Laat de vrouw des huizes haar dubbel-en-dik-verdiende carrière maar waarmaken. Niets zo leuk als een eigenbereide pizza speciale van manlief, inclusief je favoriete ingrediënten, wanneer je afgepeigerd thuiskomt van een lange, uitputtende werkdag. Kip, Artisjok en zeker-en-vast géén olijven, tenzij hij die als sierstukje gebruikt en naar binnenspeelt vooraleer ik de kans krijg om een “olijvig” stuk pizza vast te grabbelen.
En nu ik toch bezig ben, kan ik maar beter helemaal opgaan in mijn gentleman-idealen, die me vandaag tot in het hartje van de Ici Paris (met hoofdletter) leiden. Parfum vind ik namenlijk nét zo onweerstaanbaar als een gepersonaliseerde pizza Eline. Als hij uitdoktert welk geurtje het allerbeste bij mijn enige echte persoonlijkheid past, is het meteek raak. Een schot in de roos wanneer hij een Chanelleke boven een Cacharelleke verkiest, en wanneer hij Ralph L. verstandelijk links laat liggen .
Pure romantiek, vind ik dat. Pizza, parfum en persoonlijkheid. Op een wit-rood-geruite dekentje picknicken en je ogen sluiten en samen glimlachen om de kleine kat die je salami komt stelen, want je lust helemaal geen salami. Uiteindelijk krijgt het katteke ook de hesp en de kaas, terwijl wij leven van de liefde, op een bedje van tomaten en arstisjokbodems, onder een stralende zon, terwijl we de wolken proberen te ontcijferen.
“Die lijkt op uw mama”
“Ni waar, ‘t is net een speelgoedtrein”
“Huh, ik zie totaal geen speelgoedtrein in de wolken”
“Blinde mol, daar is de locomotief”
“HUH? Nee…”
“jawel” (en je wijst de locomotief aan”
Por (hoofdschuddend), “Da lijkt er helemaal niet op”
Por terug “Maar jawel, kijk eens tegoei”
“Zie niets”
“Omdat je naar mij kijkt en niet naar de wolken, soepkip!”
“Vergeeft uw mij”
kuskus enzovoort
Het leven is een lachertje
Welles-Nietes-Welles-Nietes…
-El-
